is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

LEONARDO DA VINCI ALS BEELDHOUWER.

kirig heeft. Hierin vermeldt Leonardo dat hij bereid is gebouwen te maken en waterleidingen aan te leggen en vervolgt:

Verder kan ik beeldhouwwerken uitvoeren in marmer, brons of klei. Ook wat schilderen aangaat kan ik even veel doen als ieder ander, wie ook.

Bovendien ben ik genegen het bronzen ruiterstandbeeld uit te voeren, dat de gezegende nagedachtenis van uw vader en van het doorluchtige huis der Sforza's in onsterfelijken roem en eeuwige eer zal doen leven.

De laatstvermelde arbeid was reeds gedurende tien jaar opgeschort. Galeazzo Maria Sforza had het eerst het plan opgevat om in Milaan een eeuwig zichtbare herinnering aan de grootheid van zijn vader Francesco Sforza, den stichter der dynastie, op te richten ; maar de Mantegazza's, de Milaneesche beeldhouwers, bleken niet in staat het standbeeld uit te voeren. Ludovico Sforza, die mogelijkerwijze het feit wilde doen vergeten, dat hij zich met geweld van de macht had meester gemaakt, vatte later het plan weer op. In Florence was zijn verlangen bekend, want Vasari maakt melding van twee teekeningen voor een standbeeld van Francesco Sforza, door Antonio Pollaiuolo vervaardigd.

Dat het aanbod van Leonardo aangenomen werd en zijn vertrek van Florence naar Milaan in direct verband stond met de opdracht voor het standbeeld, blijkt uit een zin in het ontwerp van een brief, dien Pollaiuolo aan de beheerders van den Dom te Piacenza schreef met het doel, hen te waarschuwen tegen het te haastig bestellen van de bronzen deuren. Men leest daar: „Er is een man, dien onze Vorst geroepen heeft uit Florence te komen om werk voor hem uit te voeren en hij is een zeer bekwaam meester, maar met bestellingen overladen . . . ." De brief, waarvan niet kan gezegd worden, dat hij den beheerders van den Dom van veel nut was, eindigt aldus: „Er is niemand, die er toe in staat is behalve Leonardo de Florentijn, die bezig is het bronzen paard voor den Hertog Francesco te maken en op wien ge niet moet rekenen, omdat hij zooveel werk heeft,