is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1912 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLGENS K'ANG YEOE-WEI.

427

last der onverstandige meeningen. Aangezien het najagen van het geluk de eenige oorzaak is van onze werkkracht, moet ook de toekomstige beschaving op het zoeken van het hoogste geluk gegrond zijn.

Met een zoo van alle vooroordeelen bevrijden geest, onderzoeke dan de wijsgeer kalm, in het licht der waarheid, do verschillende levensomstandigheden : „Zelfs voordat het kind ter wereld komt, zegt hij, ontvangt het, reeds behept met de vaderlijke en de moederlijke herediteit, nog bovendien' al de indrukken van zijn moeder gedurende haar zwangerschap. Wij behouden allen, min of meer, de lichamelijke en verstandelijke indrukken van de gevoelens of de zielsaandoeningen onzer moeder gedurende die ernstige periode.

„Eenmaal ter wereld gekomen, groeit het kind op: het bereikt echter zelden de algeheele ontwikkeling van lichaam en geest. De onwetendheid der ouders, hun zorgeloosheid of zelfs al te vaak hun ellende, zijn de oorzaak van menigvuldige kleine ongevallen, die ten slotte het weerstandsvermogen verzwakken: het organisme, verzwakt als het is, neemt alle smetstoffen op en wordt zelf het voortplantingsmiddel van allerlei ziekten. De slechte gezondheid reageert op den wil en op alle zedelijke en geestelijke eigenschappen, slaat de functies der hersenen in boeien en verbreekt voor altijd den evenwichtstoestand van het verstand. Aan den anderen kant is het onderricht, dat men het kind verschaft, ongeregeld en doelloos: het bezwaart de verstandelijke vermogens met begrippen, die het oordeel op een dwaalspoor brengen en den mensch ongeschikt maken om van zijn bestaan het rechte genot te hebben, ja dikwijls ongeschikt om in eigen onderhoud te voorzien.

„Gedreven door de omstandigheden, dikwerf door de liefde, huwt de man: weldra heeft hij een talrijk gezin te zijnen laste, waarvoor hij alleen zorgen moet, en indien hij onvermogend is, genoodzaakt wordt, door zwaren arbeid zijn krachten uit te putten, om de zijnen van het allernoodigste te voorzien. Behalve zijn gezin, heeft hij wellicht nog ouders, grootouders, jonge broeders of zusters, die er op aangewezen zijn van den arbeid zijner handen te leven. Die last drukt hem ter neer en het leven is voor hem nog