is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE UITPUTTING VAN DE NATUURLIJKE HULPBRONNEN

73

ook al heeft men daarvoor de zekerheid dat de onderneming zich tot in de verste toekomst kan ontwikkelen; maar dat men er zoo hooge dividenden tracht uit te halen als slechts mogelijk is. Precies zooals vele Noord-Amerikaansche spoorwegmaatschappijen zich daardoor geruïneerd hebben, dat ze voor vernieuwing van het rollend materiaal, voor vergrooting der stations, voor dubbelspoor, enz. onvoldoende zorgden om slechts den aandeelhouders flinke hooge dividenden te kunnen toestoppen, heeft het economisch leven in zijn geheel met de voorhanden hulpbronnen en de schatten der natuur een onverantwoordelijken roofbouw gedreven. De ongehoorde woudverwoesting, die de grootste bosschen niet alleen daar vernield heeft waar in plaats van afgebrande wouden landbouw mogelijk was, maar de vernieling ook heeft uitgestrekt tot groote streken die door haar natuur volstrekt niet voor landbouw maar juist voor boschbouw geschikt waren, is er een voorbeeld van. Men heeft berekend, dat in vele jaren de schade door boschbranden meer dan 100 millioen dollars heeft bedragen. De roofbouw door een groot deel der Amerikaansche boeren gedreven, brengt dergelijke gevolgen met zich mede; zonder den bodem door wisselbouw met weinig eischende planten of door braakliggen rust te gunnen, wordt jaar in jaar uit hetzelfde koren of dezelfde vrucht daarop geteeld. Evenzoo gaat het met de dierenwereld. De prachtige buffelkudden der Vereenigde Staten zijn vernield, niet door een geregeld neerschieten der buffels om hun vleesch als voedsel te gebruiken, maar meer door dat zich in de zeventiger jaren der vorige eeuw maatschappijen op aandeelen vormden, die alleen de horens en huiden der buffels wilden gebruiken en hierin den echten Amerikaanschen groothandel invoerden. De buffels werden niet een voor een met het geweer neergelegd, maar de buffelkudden met memms' beschoten; van de gevallen dieren werden slechts cle huiden afgetrokken, terwijl men het vleesch grootendeels liet vergaan, zoodat de lucht mijlen ver verpest was. 4'/2 Millioen buffels zijn zoo in de jaren 1872—1874 neergeschoten, meer dan 3 millioen alleen om de huiden.

Deze onzinnige verkwisting komt niet zoo zeer voort uit een volstrekt gebrek aan eerbied voor de gaven der na-