is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

468

WELKE INVLOEDEN BEPALEN HET GESLACHT VAN HET KIND ?

geslacht verandert. Zoo schijnt men er in geslaagd om eene hoeveelheid kikvorscheieren, de aan de langs de slooten zwervende jeugd wel bekende slijmerige zelfstandigheid, die aan zichzelve overgelaten, mannetjes en wijfjes, ongeveer in gelijken getale, zou voortbrengen, zóó te behandelen, dat alleen mannetjes ter wereld komen.

Alvorens van deze hypothese af te stappen, zij de aandacht er op gevestigd, dat waar grootteverschil bestaat, de wijfjeseieren de grootste zijn, dat in sommige gevallen, waar mannetjes parthenonogenetisch kunnen worden voortgebracht, zulks met de wijfjes niet het geval is,1 enz. In één woord : het wijfje is altijd iets, dat werkelijk hooger staat, meer volmaakt is dan het mannetje, al heeft het laatste ook dikwijls meer uiterlijke voordeelen. De grond voor dit verschil zal wel daarin gelegen zijn, dat aan het wijfje de zorg voor de instandhouding der soort is opgedragen.

Natuurlijk kan de progame seksebepaling bij het groot aantal geboorten waaruit de gevolgtrekking gemaakt is, ook wel gelijkheid van het aantal mannelijke en vrouwelijke geboorten ten gevolge hebben; maar deze gelijkheid zou toch meer voor de hand liggen, als de seksebepaling syngaam was, met andere woorden, als de mannelijke zaadcel in een mannelijk en een vrouwelijk deel gesplitst werd en het van het toeval afhing, welk van die twee deelen met de eicel der vrouw samensmolt en zoo de bevruchting teweegbracht 2.

Alvorens dit verder te bespreken, zal het ten behoeve van den lezer, die zich niet met biologie bezig houdt, noodig zijn, een enkel woord over cel-splitsing te zeggen. Ik zal trachten bij dit enkel woord vooral populair te zijn, al moet ik ook vreezen dat de verklaring daardoor uit een streng wetenschappelijk oogpunt aan juistheid te wenschen zal overlaten. Voor vakmenschen wordt dit niet geschreven. De gewone lezer dan heeft wel eens gelezen, dat bacteriën zich door splitsing vermenigvuldigen en dat men ze daarom, in een tijd toen men deze splitsing als eigenaardigheid of uitzondering beschouwde,. splijtzwammen genoemd heeft. Later is men echter tot het bewustzijn gekomen, dat in de organische wereld alle groei en alle voortplan-

1) Zulks schijnt alweer geen algemeene regel. Er schijnen luissoorten te bestaan, die èn mannetjes èn wijfjes parthenogenetisch voortbrengen, daarentegen vindt men geen parthenogenetische voortbrenging uitsluitend van wijfjes vermeld.

2) In verband met het bovengezegde zij opgemerkt, dat in geval er twee vrouwelijke eicellen ter plaatse zijn, beide helften der zaadcel, demannelijke en de vrouwelijke, zich met eicellen kunnen assimileeren.