is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T46

KORTE MEDEDEELINGEN.

weinig tinten: het beeld wordt verkregen door de verschillende vlekken die één opdrogende kleur maakt. Een techniek waarvan de eenvoudigheid goed uitkomt bij de razernij der vertolkte beelden.

Deze opvatting herinnert aan sommige Japanse platen, vooral aan die van Hokoesaï, in diens Ippitsau-gouafou, dat album waar de artiest-jongleur een weddingschap heeft om met één penseelstreek elk wezen uit te tekenen. Dit is 't zelfde plotselinge neerzetten, dezelfde diepte van werkelik leven.

»Ik houd van tekenen, zeide Rodin, want dat pakt de bewegingen sneller dan beeldhouwen: tekenen behoudt bijna dadelik de vluchtende waarheid.

't Overkomt me dan ook dikwels dat ik in geen 14 dagen mijn beitel in handen neem en niets gebruik dan potlood en penseel. Ik teken onophoudelik... ik teken overdag,... bij lamplicht...«

»Maar is U dan nooit te vermoeid ?«

»Als ik voel dat ik moe word, scheid ik uit met tekenen en ga beeldhouwen. Verandering van bezigheid ontspant me. Toch ben ik soms zo uitgeput, dat ik bepaald op moet houden. Dan ga ik daar op een bank zitten, tegenover die vallei en wacht totdat mijn machine weer aan 't werk kan gaanc

Vol gens de Revue hebdomadaire van het Journal des Débats zijn de bouwvallen van het geteisterde San Francisco reeds op weg om allerlei legenden te krijgen. De schrijver van het artikel, DupontFerrier, knoopt daaraan de volgende beschouwingen vast over legendes en bouwvallen in 't algemeen.

In Japan weet de legende op overtuigende wijs aardbevingen te verklaren: het zijn de bewegingen van de walvis die de gehele eilandenzee draagt. Even vindingrijk is 't vernuft van het volk in Macedonië; daar vertellen de boeren dat onze aarde getorst wordt door vier ossen, en 't is heel natuurlik dat ze geschokt wordt wanneer een van die dieren zijn kop schudt.

De boze geesten in de aarde, het water en het vuur, zijn de bewerkers van de ergste vernielingen. Zij verzwelgen, verbranden of overstromen nederige dorpen en rijke steden, kastelen, herbergen en zelfs kerken. In Karinthië nemen ze daarbij de vorm aan van een klein grijs kereltje, in Transsylvanië vertonen zij zich als heksen. In andere streken hebben zij hun plaats moeten afstaan aan de een of andere Heilige of aan de Heilige Maagd, aan Kristus of aan God de Vader zelf. Bij zulke rampen ontkomen slechts enkele bevoorrechten; in Gornwales helpt een wit paard hen vluchten, in Tyrol nagelt een mysterieus gefluit hen vast aan de plaats waar zij zich bevinden en