is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

DE KELTISCHE GEEST IN DE LETTERKUNDE.

men. Het fragment uit de literatuur van Wales geeft deze weer in een meer opzettelijk artistieken stijl, het ScotoMunster Ossiaansche fragment op eene grilliger, decadenter wijze, doch beide spreken zij tot ons door die eigenschappen, welke wij „Keltische betoovering" gelieven te noemen.

Als wij trachten het speciaal karakteristieke van zulke passages te ontleden, ontdekken wij langzaam aan eenige telkens voorkomende trekken. In de eerste plaats vinden wij dan, wat ik beschouw als het fundamenteele en hoogst belangrijke punt, dat in de Keltische litteratuur altijd het verre als ver wordt voorgesteld. Dit begrip van verwijdering is met zorg gezocht in de schoonste Keltische romances. „De Droom van Maxen Wledig" leidt ons rivieren af, zeeën door en over bergen zoo hoog als de hemel, voor wij het verre eiland bereiken waarop het betooverde kasteel van het verhaal staat, en zijne vergane pracht wordt ons geschilderd met eene weergalooze mengeling van vreemde verte en nauwkeurigheid. „De Droom van Maxen Wledig" is werkelijk een onovertreffelijk voorbeeld van het ver verwijderde als iets verwijderds, van het gevoel van mysterie, de atmosfeer van betoovering, niet bereikt door niets zeggende, vage, omsluierde uitspraken, maar helder en duidelijk, door de hand van een groot kunstenaar. Deze romance is ook leerzaam, omdat zij ons laat zien hoe de uitwerking te weeg gebracht wordt. De Keltische geest eischt een groot, onzichtbaar verleden, van onmogelijke pracht; de geheele Keltische literatuur is een zoeken naar voldoening van dien eisch. De herinnering aan Romes luister, eens ook de hunne, leefde lang voort bij de Kelten, vooral in Wales. Bij de schildering van Keizer Maxen Wledig heeft de schrijver, zooals Loth ons doet zien, gedacht aan Maxentius, den tegenstander van Constantijn den Grooten. Zoodra wij dit beseffen wordt het heele karakter van den droom ons op eens duidelijk. Soms ook ligt het land der Keltische legende aan de andere zijde van een vreeselijken nevel. Geraint kwam eens aan zulk een nevel, waaruit nog nooit iemand was teruggekeerd. „Zonder vreezen of aarzelen stoof Geraint „voorwaarts, den nevel in. Bij het verlaten ervan kwam hij „aan een grooten boomgaard; in den boomgaard zag hij