is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

HET BINNENSTE DER AARDE.

ren uit plaatselijke of oppervlakkige oorzaken, maar ter verklaring van vele andere moet men zijn toevlucht nemen tot de hypothese van een vloeibare kern der aarde. Een massa, die geheel vast is, die afkoelt en inkrimpt verandert plotseling van vorm zoodra de grens der veerkracht overschreden is; alleen een vloeibare massa kan zulke langzame en aanhoudende bewegingen ondergaan als die, welke algemeen op aarde waargenomen worden. Heeft het er niet allen schijn van, dat wij, zonder er op te letten, getuigen zijn van de werking, die, gedurende duizenden van jaren voortgezet, onze groote bergketenen heeft doen ontstaan en de diepte onzer oceanen ? Naarmate de aarde afkoelt, krimpt de vloeibare massa daar binnen sneller in dan de korst omdat vloeistoffen altijd een grooter uitzettingscoëfficient hebben dan vaste lichamen; daarom ontstaan er in die korst plooijen, als in een schil van een appel die uitdroogt; er komen vouwen, nu eens door een langzame inzinking van den grond, dan weer als plaatselijke oorzaken daartoe aanleiding geven, door een breuk, waardoor in de vaste aardkorst verzakkingen en dislocatiën ontstaan. Zoo werken uitwendige en inwendige krachten samen, en door haar vereende werking wordt het aanschijn der aarde, als 't ware, oud en gerimpeld.

Onder alle argumenten, die voor de inwendige vloeibaarheid der aarde aangevoerd worden is er geen, dat volgens de algemeene opinie sterker bewijskracht heeft dan het bestaan der vulcanen. Wat is natuurlijker dan de onderstelling, dat deze vulcanen de buizen zijn door de natuur zelve tot afvoerpijpen van de centrale vloeistof bestemd? Toch zal het voorzichtig zijn die verklaring niet aan te nemen zonder haar meer van nabij te beschouwen en tegenwerpingen te overwegen, waartoe zij aanleiding gegeven heeft.

Als men aanneemt dat de kern der aarde vast is, moet men, om het uitwerpen van gesmolten massa's en de verbazende warmteontwikkeling bij uitbarstingen te verklaren,