is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOREA „HET LAND VAN DEN DAGERAAD".

391

In Seoel bevond zich eene geestelijke academie met zeer vele leerlingen; en toen heel het verre Oosten aan nieuwe invloeden onderworpen werd trok in 1860 een nieuw leven Korea binnen.

Lieden van de meest verschillende nationaliteit, vertegenwoordigers van groote handelsfirma's, en vele avonturiers deden hun intocht binnen Seoel. Daarmede verwierven de Christenen een maatschappelijke positie en vormden verschillende politieke partijen. Een dezer partijen, die zich als eene patriotische kenmerkte, zag in de nabuurschap van Rusland het hoofdgevaar voor het land. Zij die deze gedachte koesterden, poogden de regeering te overtuigen, dat eene aansluiting van Korea bij Engeland of Frankrijk noodzakelijk was, om een tegenwicht tegen Rusland te vormen. Eene proclamatie in dien zin werd den regent ter beoordeeling gezonden, die zijnerzijds den wensch uitte om het geschrift aan de goedkeuring van den bisschop te onderwerpen, hetgeen de anti-christelijke partij beslist afwees. Het gerucht liep, dat de Christenen Korea wilden schaden en dat men zich daarom op hen wilde wreken. Weldra bood zich de gelegenheid daartoe aan!

Uit China kwam het bericht, dat daar vele Christenen vermoord waren. De haat der Koreanen tegen de Christenen was zoo sterk, dat zij zelfs geen onderzoek deden naar de juistheid van dit bericht, maar het als een navolgingswaardig feit beschouwden, onder de leus: „Dood aan de Christenen, dood aan de Westersche barbaren!"

Tai-oen-goen, de heerscher, haatte wel is waar de Christenen zeer, doch zag als staatsman de noodzakelijkheid in om het ministerie te overtuigen, dat eene Christen-vervolging kwade gevolgen kon hebben, wijl een Europeesch oorlogschip in de buurt van Korea lag en Frankrijk den Christenmoord van 1839, waarbij ook vele hunner onderdanen waren omgekomen, nog niet vergeten had.

De stem der rede werd echter niet gehoord. De vijandelijke partij was verbitterd en zette eene drijfjacht tegen de Christenen op touw, die zich door eene ongewone wreedheid kenmerkte. Bisschoppen, geestelijken, duizende Koreaansche Christenen werden in den kerker geworpen, ge-