is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB MOEDER VAK NAPOLEON I.

Juist een jaar te voren had Lodewijk XV het besluit uitgevaardigd, waarbij Corsica bij Frankrijk werd ingelijfd. Een legerafdeeling onder den generaal de Chauvelin zou voor de stipte uitvoering zorg dragen. Onder de Corsicanen was het gerucht verspreid, dat de Franschen kwamen, om hen van hunne onafhankelijkheid te berooven, om hen daarna ten prooi van de Genueesche oligarchie te geven. Dit was het sein tot den opstand. Mannen en vrouwen, kinderen en grijsaards snellen te wapen, en ook de Buonaparte's worden medegesleept.

Weer wordt Corte het brandpunt van den tegenstand, waarvan Paoli de ziel is. In zijne versterkte woning, die volgens de legende door zes buitengewoon groote honden bewaakt werd, verschijnt Charles Buonaparte met zijne jonge vrouw, omgeven door een groot aantal goed gewapende bloedverwanten, vrienden en trouwe dienaren. Allen gezeten op kleine, vurige, inlandsche paarden biedt Charles Paoli zijne hulp aan. Met open armen ontvangen wijst Paoli hun het naburige „hótel de Gaffori" tot huisvesting aan.

Hier woonde eens Gaffori. Aan zijn naam zijn voor de Corsicanen groote herinneringen verbonden. Zij verplaatsen ons in den tijd van koning Theodorus I. De Corsicaansche generaal Gaffori wil de citadel van Corte aan de Genueezen, die zijn jongste zoon gevangen houden, ontweldigen. De Genueezen geraken in het nauw en komen op het denkbeeld, en voeren het uit, om den zoon van Gaffori op de bres te stellen, ten einde aldus de kracht van den aanval te breken. De generaal doorziet den toeleg, maar vuurt de zijnen aan met de woorden: „Voorwaarts soldaten, staakt het vuren niet, ik ben in de eerste plaats Corsicaansch burger, en eerst daarna vader." De citadel wordt genomen, en het kind als door een wonder gered.