is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IETS DIT EN VOOR DE PRACTIJK.

het Evangelie niet dien indruk maakt en die werking schijnt te verrichten, welke wij billijk meenden te mogen verwachten. Wij verkeeren voor het grootste deel niet meer in die eerste dagen der Evangeliebediening, toen wij vol waren van de vurigste illusiën; toen we meenden, dat op ons bazuingeschal de Jericho's muren der wereld in zeven dagen zouden vallen; toen wij de weinige vrucht, welke ouderen in de bediening schenen in te zamelen, meenden te kunnen toeschrijven aan verkeerde methode; toen wij het er voor hielden, dat bij toepassing van de onze geen gewone noten, maar stellig kokosnoten aan onze inlandsche boomen zouden groeien.

Zijn nu zeer natuurlijk deze heetbloedige verwachtingen onder de douche der werkelijkheid vrij wel tot bekoeling gekomen, ons bloed is daarom nog niet tot de temperatuur der visschen gedaald, gelijk de steller der vraag het bewijst, en nu, met de ervaring van den mannelijken leeftijd gewapend, vragen wij: wat is de oorzaak, dat er nog zooveel Jericho's muren zijn blijven staan en — daar onze belangstelling in het eigen zieleheil en dat van anderen klimt — zoo vragen wij verder met allen ernst: hoe kunnen wij die muren opruimen?

In onze vraag wordt gehandeld over „ongevoeligheid" en daarmede is natuurlijk bedoeld: ongevoeligheid voor het Evangelie en voor geestelijke dingen in het algemeen. Er is bijgevoegd: „in deze streek" en daarmede wordt die ongevoeligheid gekenschetst als een krankheid, bizonder aan onzen Achterhoek eigen. Nu heeft elke volksaard voorzeker zijn eigenaardige goede en verkeerde eigenschappen; waar het echter de ongevoeligheid geldt in geestelijke zaken, meen ik in zóóverre onzen Achterhoek te mogen vrijpleiten, dat deze zeker niet grooter is, dan elders, en hier doet zich het opmerkelijk geval voor, dat ik als inleider tevens eenigermate als opponent

54*