is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JULIANA VAN STOLBERG EN HAAR ZOON

te vergeten, hoe de Almachtige u tot hiertoe uit zoo menig gevaar heeft geholpen en dat Zijne hulp duurt tot in eeuwigheid voor allen, die hunnen troost en hoop op Hem stellen. Ik bid verder dat God u genade moge verleenen om onder uw veelvuldig kruis niet kleinmoedig te worden en niets te doen wat tegen Gods Woord en bevel is en uwe zaligheid zou beschadigen. God moge daartoe uw opperste raadsman zijn, om allerwegen de hemelsche dingen hooger te stellen dan de tijdelijken; want het is beter het tijdelijke dan het eeuwige te verliezen."

Na de Pacificatie van Gent schrijft zij 4 April 1577 van uit Siegen, om toch geenen vrede te sluiten dan eenen, die de belijdenis des Evangelies bevestigde zonder bezwaring des gewetens.

Voortdurend wint zij van alle hare betrekkingen berichten in omtrent den toestand in de Nederlanden.

In 1580 is zij bezorgd over de furie van het Spaansche krijgsvolk tegen de burgers. Graaf Johan schrijft haar uit Arnhem: „dat dit volk veel moedwil pleegt, maar God de Heer kan hunnen raad en die van alle goddeloozen gemakkelijk verbreken en verhinderen. Ook slapen wijzelven niet, maar weren ons zooveel God er genade en middelen toe geeft.''

Op haar sterfbed troost het Juliana, dat de Prins haar schrijft: „In weerwil van alle verleidelijke aanbiedingen denkt niemand er aan in de Nederlanden om ter wille van den vrede met den vijand God te verlaten, maar dat zij liever alles willen wagen dan deze schat te verliezen."

Stervende bad zij dat God de zonen van Oranje-Nassau nooit zoo diep zoude laten zinken, dat zij het eeuwige voor het tijdelijke prijsgeven. Dat gebed is verhoord.

Alleen voor onze dagen is het bewaard gebleven, dat