is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB DUITSCHE KEIZERSAGE.

37

de Franciskanen wel. In tal van geschriften, die zij plaatsten op zijnen naam, wezen zij den man aan, die de uitvoerder van Gods Raad ten opzichte van de Kerk van Christus wezen zou. Die man was geen ander dan Frederik II. Hoeveel schrik die naam hun ook aanjoeg als de naam van den bittersten vijand , dien Rome kende, toch zagen zij in hem een werktuig in Gods hand om de pei-iode des H. Geestes in de Kerk voor te bereiden. Had Gregorius IX hem reeds als den Antichrist aangewezen, zij zagen in hem den voorlooper van den Antichrist, die als een geesel Gods de Kerk zou reinigen. Reeds veel had hij gedaan. Maar hij zou nog meer doen. Hij zou niet sterven voordat hij alles gedaan had, wat Gods raad over de Kerk had besloten. Zelfs de Sibylle — eene oorspronkelijk-heidensche godspraak, waaraan de Christenheid ook nog in de Middeleeuwen groote waarde hechtte — liet men van hem profeteeren dat „zijn dood een verborgene zou wezen, en dat hij zou leven en toch ook weder niet zou leven."

Van daar, dat men eerst het bericht van zijnen dood niet wilde gelooven. Zou God toch zijn werktuig wegwerpen, voordat Hij er zijn doel meê bereikt had?

Van daar, dat men telkens verwachtte, dat Frederik plotseling weer te voorschijn zou komen; en ook zoo spoedig aan bedriegers geloof sloeg, die zich voor den teruggekeerden Frederik uitgaven.

De geschiedenis weet wel van vijf of zes zulke bedriegers. De voornaamste, die het meest van zich heeft doen spreken, stond in 1284 bij Wetzlar op. Grooten aanhang wist hij zich te verwerven. Verscheidene duitsche steden erkenden hem voor hunnen keizer. Ruimschoots werd hij van geld voorzien. Zelfs hield hij er eene soort van hofhouding op na. Van alle kanten, zelfs uit Lombardije werden deputaties gezonden, om de waar-