is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244

KERKELIJKE OF KERKGENOOTSCHAPPELIJKE ZENDING ?

naar haar beginsel en haar doel, kerkelijk behoort te zijn. Kerkelijk, dat wil dus zeggen; vrij van allen kerkgenootschappelijken band, vrij van alles wat zou kunnen verhinderen, dat leden van Christus' gemeente samen zouden werken aan deze heerlijke taak, die door den Heer op hunne gemeenschappelijke schouderen gelegd is.

Heeft nu de Zending, door den loop der eeuwen, dit charakter genoegzaam en ten allen tijde duidelijk vertoond? Laat ons zien.

In den geest der Apostelen gingen zij, die door hen voor Christus en voor Zijne gemeente gewonnen waren, voort en het op hen volgend geslacht arbeidde op gelijke wijze. Ieder Christen was een Zendeling in zijne omgeving, door woord en wandel zielen tot den Heiland leidende, 't Was de tijd der eerste liefde, 't waren de dagen van inwendigen bloei der Kerk, ook waar zij te vuur en te zwaard werd vervolgd. Men was, gedrongen door den nood der heidenen, brandende van heiligen ijver, en, gedreven door de liefde van Christus, was het werk der Zending in gehoorzaamheid aan Zijn gebod, voor Zijne gemeente uiting eener behoefte der ziel en een offer der dankbaarheid. Wat zich ook tegen des Heeren belijders verheffen mocht, men was verzekerd, dat Hij Zijne belofte gestand zou doen : De poorten der hel zullen mijne gemeente niet overweldigen; en men deed wat men kon om Zijne Kerk te bouwen. Zelfs het bloed der martelaren bracht als het zaad dier Kerk telkens nieuwe vruchten voort.

Weldra echter kwam er verandering. Niet alles wat den Heer beleed, behoorde Hem toe. Niet ieder, die toetrad tot de uitwendige Kerk, was een steen van het eeuwig Godsgebouw. Dit bleek maar al te zeer, toen door de toetreding ook van vele machtigen naar de waereld, de dwaasheid des kruizes scheen weggenomen te