is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAAGD VAN ORLEANS.

579

geschreven, dag voor dag , nog onder den donder van het geschut en onder het feestgelui der bevrijding. Wij kunnen raadplegen talrijke aanteekeningen in brieven en kronieken van hare tijdgenooten, vrienden en vijanden. Wij hebben vóór alles de uitvoerige acten van de beide processen: het veroordeelingsproces, waarin het rusteloos ondervraagde meisje zelve rekenschap geeft van haar inen uitwendig leven, voor zoover hare heiligen dit veroorloven, en de protocol van het herstellingsproces, waarin meer dan honderd beëedigde getuigen hun herinneringen en meeningen over haar uitspreken, lieden uit Domremy, die het stille kind nog hadden zien opgroeien, en mannen, die naast haar gegaan waren op hare heldenbaan en haren lijdensweg, van graaf Dunois af, den held van Frankrijk, die eens aan hare zijde gestreden had, en haren biechtvader, voor wien haar binnenste open lag als voor God, tot den gerechtsbode toe, die haar geleidde op haar laatsten weg en den scherprechter, die hare asch en haar hart huiverend in de Seine wierp.

In 't voorbijgaan noemde ik reeds de namen vau twee dichters, Schiller en Voltaire, waarbij het mij vergund zij thans een derden te voegen, n. 1. Shakespeare, die gelijk bekend is Joan la Pucelle laat optreden in het eerste deel van zijn Henry VI. Ter inleiding in ons onderwerp is het misschien niet onbelangrijk eens een oogenblik na te gaan hoe met name deze dichters over de maagd van Orleans en haar optreden geoordeeld hebben. Geoordeeld — wat Voltaire betreft moet ik dat woord terugnemen, hij heeft niet geoordeeld, hij heeft niet eens veroordeeld, de uiterst slordig gekende geschiedenis van Jeanne d' Are is voor hem niets anders geweest dan de spijker om er een reeks van fantastische en obscene tafereelen aan op te hangen. Zonder overdrijving zouden wij zijn Pucelle d' Orleans

38*