is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HETGEEN HET NAGESLACHT VAN HEM ZOU DENKEN.

al bestond in zijn tijd de Latijnsche vorm „de mortms nihil nisi bene" (van de dooden moet men geen kwaad spreken) misschien nog niet: maar vertrouwde de opvolging der daarin gegeven les wel niet; en te recht. Door zijn testament zorgde hij, dat er goed van hem moest gesproken worden.

Als eerste erfgenamen worden benoemd: Tibenus voor twee derden, en Livia voor één derde. Bij ontstentenis dier beiden treden op: de door adoptie verkregen kleinzonen en achterkleinzonen, — en bij ontstentenis van dezen, nabestaanden en verscheiden vrienden, volgens den eenen schrijver; volgens den anderen de eerste mannen van den staat, en wel voornamelijk degenen, die als zijne vijanden bekend stonden. Als legaten vermaakte hij aan het Romeinsche volk in zijn geheel vier millioen gulden, aan de inwoners van Rome drie hondsrd vijftig duizend gulden. Aan iederen soldaat der lijfwacht ƒ 100 — aan iederen soldaat in de stad f 50 en aan iederen legioensoldaat ƒ 30; — en bepaalde dat deze sommen, die hy gezorgd bad voor dat doel aanwezig te zijn, onmiddellijk moesten worden uitbetaald. Ook aan andere personen werden nog legaten vermaakt, sommige tot een bedrag van ƒ 2000; maar deze zouden eerst binnen een jaar worden uitbetaald, daar de geringheid van zijn vermogen het niet anders veroorloofde. Hij verklaarde, dat hij zijnen erfgenamen niet meer dan 15 millioen gulden kon nalaten, ofschoon hij in de laatste twintig jaren 140 millioen van verschillende vrienden had geërfd. Hij had die bijna geheel, met hetgeen hij van zijn eigen en zijn adoptief vader (Caesar) en van nog anderen geërfd had, uitgegeven ten dienste van den staat.

Gewichtiger is de „Opsomming zijner daden', die eenmaal op koper gegrift, - lichtelijk een eeuw of wat door de bewoners van Rome is gelezen.