is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN MACHTIG MAN, DIE ERNSTIG BEZORGD WAS OVER

'aten ophouden, maar allen uit den weg te moeten ruimen, die den strijd tegen ons begonnen zijn, door ons en onze legers tot vijanden van het vaderland te verklaren.

Zij hebben wel vele tienduizenden burgers met ons willen dooden, zonder zich om de wraak der goden of den afkeer der **tnenschen te bekommeren; maar wy zullen het geene enkele groote vereeniging lastig maken, zelfs niet eens alle vijanden met namen noemen, die zich tegen ons gesteld of ons belaagd hebben, noch ook degenen, die door rijkdom, invloed of macht uitmunten; ook niet zoovelen, als een ander bevelhebber vóór ons deed, (Sulla), die eveneens den door binnenlandsche twisten verdeelden Staat weer tot orde bracht, en dien gij wegens zijn geluk den Gelukkige noemdet; — ofschoon het wel niet anders kan, of drie mannen moeten meer vijanden hebben dan een er had. Maar wij zullen alleen de slechtsten en de schuldigsten van allen straffen. En dit niet minder om uwentwil dan om onzentwil; want terwijl wij strijd voeren , kan het niet anders of gij allen, die daartusschen staat moet vreeselijk lijden. Ook is het noodig dat er eenige voldoening worde gegeven aan het gehoonde en verbitterde leger, dat door onze gemeenschappelijke vijanden tot een vijand des vaderlands is verklaard. Terwijl bet nn in onze macht stond degenen die 't ons goed dacht uit den weg te ruimen, hebben wij hen liever nh willen vermelden, dan hen straks onverwachts laten overvallen; en dit hebben wij om uwentwil gedaan, opdat het niet m de macht der vertoornde soldaten zij, ook onschuldigen te straffen; maar zij, de schuldigen bepaald en met name aangewezen vindende, de anderen, volgens het hun verstrekte bevel, ongedeerd laten.

Opdat nu alles verder goed en geregeld afloope, zal niemand een der op deze lijst opgeschrevenen in zijn