is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JOOD IN DE LITERATUUR.

aarde, trekkende, vrijwillig" soms, gedwongen dikwerf, van de eene plaats naar de andere, van het eene rijk naar het andere. De Joodsche natie, altijd blijvende voortbestaan, hoe zij ook werd vervolgd, welke gevaren zij ook moest doorstaan.

Die voorstelling, welke zoo voor de hand ligt, dat het ons niet verwondert, haar éénmaal ontstaan door alle volkeren te zien overgenomen en die door tal van schrijvers meer of min poëtisch werd bewerkt, ontmoeten wij het eerst in de 13de eeuw bij den geleerden Engelschen monnik Mattheus Parisiensis. Deze verhaalt, dat hij eens een Armenischen bisschop had gesproken, die zelf den Jood had ontmoet en wien deze zijn levensgeschiedenis had verteld. Hij heet in dit verhaal Cataphilus en was poortwachter geweest in het paleis van Pilatus. Toen Jezus buiten de gerechtzaal gesleept was, had hij Jezus een nekslag gegeven en geroepen: Ga voort, ga voort, talm niet! Daarop was gevolgd wat ik reeds verhaalde, met dit onderscheid, dat Cataphilus toen hij honderd jaren oud was in een diepen slaap viel, waaruit hij met het voorkomen en de kracht van een dertigjarige, zoo oud was hij toen hij Jezus ontmoette, ontwaakte. Zoo was het sedert telkens gegaan, wanneer hij weêr honderd jaren bereikt had. Volgens deze legende was hij gedoopt door Ananias, die ook Saulus gedoopt heeft, en leidde hij het leven van een boeteling, hopende dat Christus hij zijn komst hem zou begenadigen. Deze vorm der legende is van Oosterschen oorsprong.

In het westen heet hij Ahasverus en werd in 1547 te Hamburg, kort daarna te Danzig en Lübeck, herhaaldelijk ook te Maagdeburg, Weenen, Eeval, Parijs alsmede in Engeland en de Nederlanden gezien en wekte telkens opzien, door zijn ouderwetsche kleeding en zonderlinge manieren. Het volksboek over den wandelenden Jood