is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERKGESCHIEDENIS EENER DORPSGEMEENTE.

schepen Litz weet zich te rechtvaardigen. Heeft hij niet bij een huisbezoek ten zijnent één zijner kinderen de 39ste zondagsofdeeling van den catechismus laten opzeggen? Wel zijn zijne kinderen niet gedoopt, maar hij is ook getrouwd met een Doopsgezinde vrouw, die bezwaar in den kinderdoop heeft. Wat geeft B. recht zulke smadelijke woorden over zijn godsdienst te uiten? Maar B. trekt in. Hij heeft die woorden niet gesproken. Hij heeft slechts gezegd: „Zou men hem wel kunnen houden voor een volkomen gereformeerde?" De predikant ziet verbaasd op en roept nu zijn ouderling, die bij het huisbezoek tegenwoordig was en in vroegere kerkeraadsvergaderingen de waarheid der gewraakte woorden meermalen had bevestigd, tot getuige aan. Maar o wee, Mers is alles vergeten. Hij weet er het rechte niet meer van. Hij is zeer verward in zijne getuigenis. Men neemt nu de verklaring van B. maar aan, en de vergadering wordt met dankzegging gesloten , doch zeker niet over de standvastigheid en oprechtheid van genoemden ouderling. Een paar jaar later ziet men broeder B. weer stiptelijk in de kerk. De uitnoodiging tot Avondmaalsviering neemt hij weder aan. Hij had niets, zoo zeide hij toen, tegen den predikant, alleen tegen zeker kerkeraadslid, dat nu geen zitting meer had. In 1783 was hij weer ouderling.

Wat dunkt u van zulke toestanden? Verblijdt gij u niet met mij, als de kerkeraad van heden zich boven zulk een kleingeestig getwist en gekrakeel verheven acht? Een reglement van orde heeft hij niet meer noodig. Een boete op het verzuimen van de godsdienstoefening, de gedachte daaraan kwam nooit bij ons op. En wanneer wij vroegere tijden dikwijls zoo hooren prijzen, dan vreezen wij, dat dit meestal óf uit partijdigheid óf uit onkunde geschiedt. De geschetste toestanden wenschen wij althans niet te zien herleven.