is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IDEAAL EN WERKELIJKHEID.

in wien liet ideaal is bereikt; veel liever van de poëzie van het ideaal dan van den persoonlijken, den levenden God, die haar tot werkelijkheid heeft gemaakt.

Dit feit eischt een verklaring, en de eenige die mogelijk is, bestaat mijns, inziens hierin, dat men toch eigenlijk zijn ideaal te laag stelt, en, terugbevend voor de eischen van Christus, liever het ideaal in de verte aanschouwt, daar men er bang voor is, dat het te dichtbij zou komen. Vrees voor den persoonlijken God doet het zoogenaamde ideaal in Zijn plaats stellen, dat ons nu verder met rust laat. Men zegt, dat men wel zou willen, als bet maar mogelijk was, maar haast zich om er in éénen adem bij te voegen, dat het niet mogelijk is. Maar eigenlijk wil men niet, en loochent daarom de mogelijkheid en de werkelijkheid.

Wat men dan niet wil en waar men dan niet aan wil? Vergunt mij mijn bedoeling duidelijk te maken door u te herinneren aan het hooggeroemde woord van Lessing „Als God tot mij kwam en in de rechterhand hield Hij de waarheid en in de linker het eeuwig onbevredigd zoeken naar waarheid, ik zou de linker kiezen en spreken: Heere! geef mij dat zoeken, want de waarheid zelve is slechts voor U alleen." Dat klinkt ootmoedig, maar is het niet. Want dit afwijzen van de werkelijkheid des ideaals en dit aanvaarden van het onbereikbare geeft den dichter het recht om op den troon te blijven zitten en alle stelsel, dat zich voor hem stelt, voorbij te laten trekken, verder te laten gaan, omdat het de waarheid, het ideaal niet is. Zoo blijft de rechter op zijn troon. Maar komt de waarheid zelf voor hem staan, dan komt haar en haar alleen de troon toe en de dichter moet van zijn zetel af, moet neerknielen in het stof. Het woord, dat Lessing sprak, is het woord des hoogmoeds; het woord van den mensch, die zichzelf wil be-