is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIEËRLEI GROOTHEID.

als ze met elkander strijden, zoo mogelijk te verzoenen; 't is in die tweede, die orde der geesten, er om te doen, dat men wete wat daar achter de verschijnselen der lagere, ja zelfs der hoogere ligt. De wiskunstenaar heeft er naast den natuurkundige de meest zichtbare plaats, maar overigens: 't opsporen der wetten waaraan in gezonden staat het menschelijk lichaam gehoorzaamt en die het in krankheid verzaakt; van die welke de ziel heeft te volgen of van die welke de menschelijke samenleving beheerschen; ja ook de beschouwing van 't geen de mensch is in erkende of geloochende betrekking tot de wereld, welke hij niet zien kan — dat alles behoort tot hetzelfde gebied van den geest. Daar vinden dan ook hunne plaats dichter en schilder, beeldhouwer en toonkunstenaar — want idealiseeren zij niet de werkelijkheid? En als zij die idealiseeren , ja, dan ontleenen zij wel hunne stof meest aan de lagere orde, hoewel toch ook dikwijls aan de hoogste, maar wat zij er inleggen is van hunne eigene orde, vrucht der gedachte, werking des geestes, en blijft dat ook als die gedachte door de verbeelding wordt ontvonkt en bezield. Daarom, wilt gij de orde der geesten bestudeeren ? Wees niet vies van het stof noch erger u aan de wanorde in het atelier; beklim geduldig de trappen der sterrewacht; deins niet terug voor de horreurs der snijkamer; denk vooral aan het laboratorium van den chemicus, die niet rust voor „de wet" is gevonden gelijk Columbus onrustig was tot hij Amerika zag; en leer begrijpen dat daar is taalgeleerde, rechtsgeleerde, godgeleerde, geschied- en aardrijkskundige, dat daar is in elk vak van menschelijke wetenschap die de studeercel met al die trouwe boeken noode verlaat voor feestzaal of sociëteit, en in staat om aan 't hart te drukken dat oude, vuile boekje, voor den beursman niets waardig, tenzij hij het kan verkoopen voor zoo'n dwazen fictieven