is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIEËRLEI GROOTHEID.

zij hebben ten doel de gerechtigheid!" Laat ons dan bij voorkeur van de orde der liefde spreken, maar altijd voor den geest hebben, welk eene ruime en diepe beteekenis deze benaming in zich besluit.

Wij zouden te ver afdwalen wanneer wij grondig spraken over de betrekking van Descartes en Pascal (40), maar de vraag, in hoeverre de grondslag onzer Gedachte, de verdeeling in drie orden, oorspronkelijk van den een of van den ander is, eischt meer bepaald onze aandacht. Herinneren we ons voor alles een woord van Pascal zei ven (XXXIII, 34): „Wanneer zekere schrijvers van hunne werken spreken, zeggen zij: „Mijn boek, mijne commentarie , mijne geschiedenis enz." Zij gelijken op die burgerlieden, die een klein eigen huisje aan de straat en altijd mijn huis in den mond hebben. Zij zouden beter doen, als zij zeiden: „Ons boek, onze commentarie, onze geschiedenis, enz.", aangezien daarin gewoonlijk meer van een ander dan van het hunne is.'' Ongetwijfeld was de invloed van Descartes op Pascal zeer groot, en hoe kon het anders? In den kring der geleerde Port-Royalisten, in welken Pascal zich bewoog, was Descartes de man van den dag, wiens stellingen dagelijks besproken werden. De scherpzinnige Pascal gevoelde zich door den scherpzinnigen Descartes aangetrokken, wiens schriften hij gelezen, met wien hij briefwisseling onderhouden, ja dien hij zelfs persoonlijk ontmoet had, eer hij te PortRoyal verkeerde. Waarvan gaat Descartes uit ? Van cogito, „ik denk." Waarin ligt volgens Pascal het wezen van den mensch? Ook in de gedachte. Toch is er iets zeer eigenaardigs in beider verhouding; Pascal volgt Descartes wel, maar tot op een zeker punt. Dan gaat diens overmoedig beweren hem ergeren, dan heet het: „mocht dat waar zijn, dan meenen wij, dat de gansche wijsbegeerte geen uur inspanning waard is (XXXIII, 20)" Maar hij weifelt,