is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTWOORD AAN DR. Fi W. MERENS;

keurig op zij worden gezet. Heeft men dus gravamina, dan moet m. i. van tweeën één geschieden. Of degenen, die ze hebben moeten eerlijk verklaren, dat zij niet langer wenschen te behooren tot deze belijdende Kerk of zij moeten begeeren, dat hunne bezwaren tegen de formulieren aan het Woord Gods worden getoest,

Wie zulk een einduitspraak der H. Schrift niet zou willen, behoort eigenlijk in een protestantsche Kerk niet thuis, want voor een protestant staat toch Gods Woord boven alles, gelijk gij zelf dan ook op blz. 1201 van uw „open brief" verklaart.

Doch nu is mijn vraag: Geschiedt het alzoo in de Ned. Herv. Kerk? Verklaren zij, die een groot aantal gravamina hebben, eerlijk en openhartig, dat zij, zoolang aan de Kerk haar belijdend karakter niet ontnomen wordt, geen lid of leeraar van die Kerk kunnen zyn of blijven ? Of vragen zij soms eenparig een beoordeeling van Gods Woord aan?

Gij weet beter. Ieder neemt de vrijheid gravamina te hebben en met die gravamina in de belijdende Kerk te blijven, ja zelfs propaganda te maken voor beginselen, die lijnrecht strijden met de „leer" (lees belijdenis der Kerk.)

Wil ik hiermede beweren, dat allen die eenig bezwaar tegen de formulieren hebben, onze Kerk moeten verlaten? Dit zou voor hen zelf gewis niet wenschelijk zijn en m. i. ook niet dadelijk noodig, want er is een andere weg.

Velen meenen, dat die weg deze is, dat men de reglementen aldus wijzige, dat men met de gravamina toch in de Kerk kan blijven, zonder oneerlijk te worden. De Synode heeft sinds 1816 tot dit middel de toevlucht genomen, gelijk ik in mijn referaat aantoonde, nl. door overal van „geest en hoofdzaak der leer" te spreken. Men maakte, nadat men eerst lid of leeraar van de belijdende