is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEK KATECHETlbCHEN AEBEID ,

hoogsten profeet en leeraar, om ons den verborgen raad en wil Gods aangaande onze verlossing volkomen te openbaren (Zond. XII). Hoe dichter we ons aansluiten bij het onderwijs van den Heer, des te veiliger zullen we handelen. Dogmatische termen zijn voor onze leerlingen als oude munt uit een ver land; ze rammelen er maar wat mee. Het Evangelie daarentegen is als licht, als brood, als water. Wie naar de Evangeliën geleerd wordt van geloof en leven, heeft het uit de eerste, uit de beste hand. En wijdt onze Katechismus, na de inleiding, 3 Zondagen aan de leer der zonde, nooit waarachtig te kennen dan in het aangezicht van Jezus Christus, en 27 aan die der verlossing, nooit waarachtig te kennen dan in het aangezicht onzer ellende, het verdient opmerking, dat niet minder dan 21 zondagen besteed worden aan de leer van het dankbare leven des Christens. Schenken wij er bij onze katechisaties even groote opmerkzaamheid aan? Of krijgt de geloofsleer het leeuwendeel? De zédenleer, „die in al haar bijzonderheden en in al haar toepassingen geheel en al is opgesloten in de gave van een nieuw hart, dat God kent en Hem liefheeft" (7), maakt de gewetens vast. Onze katechisaties werken toch niet mee om in onze gereformeerde Kerken de heiligheid Gods, die Hém uit genade de zonde deed wegnemen niet alleen, maar ook in gerechtigheid reinheid des levens doet vragen, eenzijdig voor te stellen ?

Worden wij dus bij ons onderwijs telken verwezen naar de Schriften, het mag dan verbazing wekken , dat het onderricht in het bijbellezen zoo weinig in tel is. Waarom toch? Bij meer gebruik ervan zouden de ge- meenten van de Kerk van het Boek wel varen. En het G.-O. al eveneens. Het kan niet genoeg worden aanbevolen. Zijn niet — om al dadelijk iets te noemen —