is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DNSÖGEN TIJDSCHRIFT;

HOOFDREDACTIE:GERHwrDéJK <3M UITG.G eJ wj HOUTEN6ZOON:\vtX5R

MEDEWERKERS: WILLEM ANDR1ESSEN, HENRI BAKELS, H. BERSSENBRUGGE, C. H. DE BOER, Dr HEIN BOEKEN, HENRI VAN BOOVEN, JOHAN BRIEDE, PAUL BROMBERG, Prof. Dr. H, BRUGMANS T W F WERUMEUS BUNING, CHARIVARIUS, VINCENT CLEERDIN, DIRK COSTER, RIE CRAMER T D C VAN DOKKUM, JAN EIGENHUIS, Prof. Dr. B. G. ESCHER, Jhr. JAN FEITH, LOUIS VAN GASTEREN JAN GRATAMA, ANNE HALLEMA, JUST HA VELAAR, RICHARD HEUCKEROTH, Tkvr Dr C H DE JONGE, MARIE KOENEN, Sj. KUPERUS, EMMY VAN LOKHORST, Prof. Dr. P. H. VAN MOERKERKEN, A. F. J. PORTIELJE, GEORGE VAN RAEMDONCK, CATH. VAN RENNES, Prof. TULIUS RÖNTGEN, Dr. FELIX RUTTEN, H. SALOMONSON, Mr. D. J. VAN SCHAARDENBURG, LODEWITK SCHELFHOUT, JAN SCHONK, J. B. SCHUIL, HELENE SWARTH, MARTIN SPANJAARD, R TEPE A B VAN TIENHOVEN, FELIX TIMMERMANS, DAVID TOMKINS, OTTO VAN TUSSENBROEK J G VELDHEER, BERNARD VERHOEVEN, FRANS VERMEULEN, G. VERSTEEG, A. B. WIGMAN, TAN WILS, JO DE WIT, ELIZABETH ZERNIKE EN VELE ANDEREN. 63 E

B ■ NOVEMBER 1927 ■ ■

Van Java's Bergen

DE ARDJOENO.

DOOR IR. C. N. A. DE VOOGD. Met afbeeldingen naar foto's van den schrijver. 0 0 0

JAN DEN KAPSTOK HANGT NOG

mijn vrouw's hoed gesierd met een bosje Javaansch Edelweisz geplukt op den top van de Ardjoeno en voor mij liggen de foto's, als eenige getuigen dat de tocht werkelijk¬

heid was en geen droom, want hij was 200 kort en viel Zoo plotseling in ons gewone laagland-bestaan, dat wij nu al meer nauwelijks kunnen geloven, dat het werkelijk door ons beleefd werd. 0 Het was op een beleefdheidsvisite bij de familie H., dat het gesprek toevallig over bergtochten liep. Het bleek toen dat H. reeds tweemaal hier van Djombang uit het Ardjoeno-gebergte bezocht had en nog graag voor de derde keer de tocht zou willen maken. Zoo iemand hadden we juist noodig en daar ik toevallig een paar dagen vrij kon maken en genoemde H. vacantie had, geviel het dat wij een paar dagen later met alles wat we noodig hadden, mitsgaders onze huisjongen naar „boven" tuften tot Tretes, een villadorp aan den voet van de bergen. Hier werden wij direkt bestormd door koelies en paarden-kerels met het eindresultaat dat vijf koelies met onze bagage gingen zeulen en mijn vrouw en H. te paard stegen. ^ Voor hen die hun aardrijkskunde wat vergeten hebben, Zij hier even ingelascht dat de Ardjoeno twee toppen heeft: de eigenlijke Ardjoeno, waar van een krater of vulkanische werking niet veel meer te bespeuren valt, en de Welirang met een oude krater waar nog wel een beetje zwaveldamp uit opstijgt, terwijl op Zij van dezen berg uit z.g. solfatoren nog vloeibare zwavel, (in het

Javaansch Welirang genoemd) stroomt. Tusschen beide toppen ligt een lagere: de Kambar. g Nadat wij ons verzadigd hebben aan de weelderige bloementuinen en frissche buitenhuizen valt het verderop niet erg mee, de weg is stoffig en steenig en het bosch gedevasteerd zonder uitzicht. Die afgeloopen weg houden wij tot boven aan toe, want het is de gewone weg voor de zwavelhalers, die met lange manden de zwavel boven bij de soJfatoren weghalen. Hoogerop wordt het bosch en ook het uitzicht mooier, maar het is danig warm en we eten stof. Halfweg, na ongeveer twee uur stijgen, is een rustplaats van die zwavelkerels, een open hutje bij een beek. Daar wordt wat langer gepauzeerd en dan is ook meteen het vervelendste brok achter ons en komen we al gauw in de tjemara's, na nog eerst onder Indische noten en eiken te hebben gewandeld. Nu raken wij pas echt in ons element. Daar vinden we weer onze adelaarsvaren en prikken we ons weer aan rankende bramen en frambozen. Eindelijk na nog twee uur bereiken we een eigenaardige horizontale grasvlakte, nu in de droogte heldergeel, omzoomd door de donkere tjemara's met een enkele er midden op. Het ziet er uit als een Afrikaansche steppe en je verwacht er langhalzige giraffen en langbeenige struisvogels! Wij passeeren nog twee zulke vlaktes en dan ligt het doel voor vandaag voor ons: Lalidjiwo, wat beteekent: ziel vergeten. Daar ligt een primitief berghotelletje, een soort blokhut, maar voor ons nog te luxueus, we slaan rechts af naar een open boschhut, waarin we willen overnachten; dat is avontuurlijker en allicht frisscher dan in die z.g. pondok, die alleen bij bezoek gelucht wordt en waarin alleen een oude mandoer een waar kluizenaarsleven leidt. De hut heeft een dak van petroleumblik — hèt materiaal hier in Indië — en dat dak reikt tot op den grond. Alleen was er te weinig blik en is de rest dicht gemaakt met graszoden en eene zijde van het dak vertoont nog groote gaten, waarvoor ik kranten span in de hoop, dat het niet zal gaan regenen. Dan gaan we

1