is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR SINT NICOLAAS.

EIERWARMEHS.

Een aardig cadeautje voor moeder, voor oma of tante is een eierwarmer, waaronder de gekookte eieren op tafel gezet kunnen worden en kleine eierwarmertjes voor de eieren in de dopjes. Een mandje dat onder de overgebleven paaschmandjes wel te vinden Zal zijn, watteer je en voert het met gekleurd satinet. De eierwarmer moet zoo groot gemaakt worden, dat hij om het mandje sluit. De onderkant van de kip is dus iets grooter dan de halve omtrek van het mandje. De verdere afmetingen zün in verhou-

ing daarmede. Het beste is eerst een vergroot patroon te knippen van papier. Uit wit, geel of beige flanel, of velvet, peau de pêche knip je nu tweemaal de kip. Deze beide helften naai je aan elkaar. Den onderrand zoom je netjes om. De vleugels worden geknipt van een lapje goed in afstekende kleur, de kam en de lel van vuur¬

rood flanel of fluweel. JJe oogen bestaan uit zwarte

kraaltjes. Voor de stevigheid zou je een stukje carton in den kop kunnen naaien.

De kleine eierwarmertjes, waarvan ik hier twee voorbeelden geef, worden op ongeveer gelijke wijze gemaakt. Je kunt er zes in verschillende kleuren maken en ook verschillende modellen kiezen. Wanneer je deze twee gemaakt hebt, zal het je niet moeilijk vallen nog een paar

andere te bedenken.

PIJPEN REKJE.

Dit is een werkje voor de jongens en wordt een cadeau voor vader of oom, in elk

geval voor een volwassene. De afmetingen moeten acht maal zoo groot zijn als op het plaatje. Het achterplankje wordt dus 36 c.M. lang en de grootste breedte wordt 16 c.M. De vorm is zeer eenvoudig zooals je ziet, zoodat iedere jongen die figuurzagen kan, de twee plankjes waaruit het rekje bestaat, kan maken. Het plankje met de gaten voor de pijpen moet op het andere gelijmd worden met houtlijm. Aanbeveling verdient eerst een klein gleufje te maken, waar je het plankje in kunt lijmen. . 0 Al naar je smaak, aanleg of handigheid kan je het geheel afwerken door te beitsen, brandschilderen, beschilderen in bonte kleuren, versieren met houtsnijfiguurtjes enz. enz. ®

TASCHJE.

Dit aardige taschje is gemaakt van peau de pêche. De afmetingen moet je zesmaal zoo groot nemen, dan wordt de grootste breedte 18 c.M. de hoogte 21 c.M. Je knipt twee helften, die je aan elkaar naait. De voering knip je eveneens uit twee helften en naait ze aan elkaar. Dan

schuif je de voering er in, zóó dat de naden van taschje en voering tegen elkaar komen en je dus, als je je hand er in steekt geen naad voelt. De onderkant van het taschje versier je met aardige steekjes of met eenvoudige kralenfiguurtjes.

De sluiting wordt gevormd door een drukknoop, een ste¬

vige, aan de binnenzijde. Het handvat, dat bestaat uit een dubbele reep peau de pêche, waarin je voor de stevigheid een reepje doorgestikte stof kunt naaien, kan je naar verkiezing glad laten of versieren.

CORSAGEBLOEM.

Dit is meer een werkje voor de kleintjes, die ook graag zelf iets willen maken. Het kan een cadeautje worden voor een grootere zus, een tante, enz. S

De vorm wordt gemaakt van laiton. Deze vorm moet uit één stuk bestaan en op de kruispunten met een draadje stevig worden vastgehecht, op het eerste figuurtje zie je den grondvorm en het be¬

gin en einde van het stuk laiton. Heb je dezen grondvorm dan kan je die eerst netjes omwoelen met de wol, waarvan je ook de bloemblaad'es

maakt en daarna aan de blaadjes beginnen, die geheel gewonden worden van wol in verschillende kleuren, zooals je op de tweede teekening kunt zien. Heel mooi is het om de bloem te maken van twee of drie tinten van dezelf¬

de kleur. Drie of

vier bij elkaar vormen een aardig corsagebouquetje. 0

EENVOUDIGE SURPRISE.

Als je een klein rond kleedje, een tafelmatje of een dergelijk cadeautje hebt, dat plat is, kan je als surprise er een gramofoonplaat van maken. Je knipt daartoe twee cirkels van carton, met b.v. als omtrek een tafelbord. In het midden knip of snijdt je een cirkeltje uit, dat je om een theekopje trekken kunt. Nu heb je de grondvorm van de gramofoonplaat. Je beplakt beide cirkels met zwart gegraineerd papier (sits glimt te veel) en daarna aan den achterkant tegen het gat in het midden een stuk rood papier. Daarop teeken je met goud-inkt den naam van muziekstukje. Het kleedje of matje leg je nu tusschen de beide helften en plak die aan de randen stevig en netjes tegen elkaar.

32