is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DN5.EIGEN TIJDSCHRIFT

HOOFDREDACTIE: GERH ■ \an ■ D<ÜK ÏÏM UITG:C cJ x^MOUTEN&ZOONiWEEÖR

MEDEWERKERS: WILLEM ANDRIESSEN, HENRI BAKELS, H. BERSSENBRUGGE, C. H. DE BOER, Dr HEIN BOEKEN, HENRI VAN BOOVEN, JOHAN BRIEDE, PAUL BROMBERG, Prof. Dr. H, BRUGMANS, J. W. F. WERUMEUS BUNING, CHARIVARIUS, VINCENT CLEERDIN, DIRK COSTER, RIE CRAMER, J. D. C. VAN DOKKUM, JAN EIGENHUIS, Prof. Dr. B. G. ESCHER, Jhr. JAN FEITH, LOUIS VAN GASTEREN, JAN GRATAMA, ANNE HALLEMA, JUST HA VELAAR, RICHARD HEUCKEROTH, Jkvr. Dr. C. H. DE JONGE, MARIE KOENEN, Sj. KUPERUS, EMMY VAN LOKHORST, Prof. Dr. P. H. VAN MOERKERKEN, A. F. J. PORTIELJE, GEORGE VAN RAEMDONCK, CA TH. VAN RENNES, Prof. JULIUS RÖNTGEN, Dr. FELIX RUTTEN, H. SALOMONSON, Mr. D. J. VAN SCHAARDENBURG, LODEWIJK SCHELFHOUT, JAN SCHONK, J. B. SCHUIL, HELENE SWARTH, MARTIN SPANJAARD, R. TEPE, A. B. VAN TIENHOVEN, FELIX TIMMERMANS, DAVID TOMKINS, OTTO VAN TUSSENBROEK, J. G VELDHEER, BERNARD VERHOEVEN, FRANS VERMEULEN, G. VERSTEEG, A. B. WIGMAN, JAN WILS, JO DE WIT, ELIZABETH ZERNJKE EN VELE ANDEREN. g s

■ b FEBRUARI 1928 es ■

Het laatste uur

DOOR HENRI VAN BOOVEN. M,et een teekening van W. Heskes.

IET' WIJD OPEN OOGEN STAARDE

Jef door het grauwbewasemde, zware glas van het ronde, koperen cabienvenster, naar het dichter, al nader dringen bij den wal. Dat geluidloos aangetrokken worden van de

boot door de donkergrijze wanden der kade Van Dijk, benauwde hem verstikkender nu dan het zachte ruischen uit Menneke's kleine, uitgeteerde lijf. Als een opgejaagde wendde hij toch even het warharig hoofd en zag het aapje met halfgesloten oogen sidderend gedoken in de wollen dekens van zijn dooreengewoeld,

smal bed 0

Nu ging het komen, nu moest, o, groote God, nu moest het gebeuren, dat waarvoor hij die laatste week der reize zoo akelig gevreesd had. Nu kwam de doffe, zachte duw, onvoelbaar bijna, tegen den wal, even een krakend schuren langs de steenen, stalen ratelen van ankers, de haastige voetstappen over het dek, velerlei commando, het buiten boord smijten en het neersmakken der trossen bij de palen waaraan de boot dra vastgemeerd Zou zijn.... 0 En dus gebeurde het, de drie weken lange reis was ten

einde Q

Dit

was zijn stad, twee jaren geleden verlaten in een doffe wanhoop om Rosalies onverhoedsche sterven.... Kinderloos was hun korte huwelijk gebleven en toen Rosalie heengegaan was, zwierf hij weg uit Antwerpen. Waarom? Hij wist het niet meer.... De Fransche dokter in Ouesso had het een „coup-dechaleur" genoemd en nu was zijn geheugen als in elkaar gezakt. Verlamd schenen zijn hersens nog, zooals zijn lijf het vele weken gebleven was na zijn ziekte.

Voordien hadden zij het zoo goed, hij als machinist op de fabriek verdiende rtrim, en zij was thuis zorgzaam, in stille vergenoegdheid nooit anders dan welgezind. Schimmige drogbeelden, nevelige sargestalten, woelden soms voor hem heen. Er groeide woeste smart en zieke begeerte om heen te dwalen, ver weg.... Q En dan wemelde staag voor zijn oogen, de glinsterende oceaan, het gele water van den ontzaglijken stroom der keerkringen. q Daar waren: het vuil troebele kolken van den snellen Congo, het brullend geweld van rivierpaarden, de felle kreten der arenden, ook de lange arbeid in helsche hitte, naakt bij de vuren en machines eener stokoude „hopperbarge"...., commando's van een vu^en negerkapitein die smokkelde wat hij kon. Q En dan, bij Kwamuth, omtrent de nederzetting der missie, zijn bezwijming....

Hoe lang die goede menschen hem hadden verpleegd, hij wist het niet.... © Hij wist ook niet hoe de compagnie hem, den nog altijd verlamde, had laten vervoeren naar de kust, laten dragen aan boord van de Belgische Mail tot in deze cabien. Maar er was iets dat hem midden zijn rampspoed vreugd van herkenning, van innige blijdschap en dankbaarheid bleef: de trouw van Menneke, zijn aapje uit Ouesso, getemd, hoog op de Sangka, waar hij eens maanden had moeten meehelpen aan den bouw van een nieuwe factory. Het diertje was altijd bij hem gebleven, bij hem den sombere, den schuwe. Het was overgesprongen op de baar waarin hij door priesters van de missie gedragen werd aan boord van de „Judith". Menneke was op zijn bed gekropen in de factory van Brazzaville, had zich geslingerd in de kano die stuurde aan boord van de „Vlinder", hem varend naar den overkant van Stanley-Pool, waar, tegen de scherpe, glinsterende rotsen in het Noorden, het gele water schuimde.

In zijn cabien, aan boord van de zee-boot, was de aap

97