is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pieter van Gelder. Scène uit „Don Quichote".

der A. J. C. te Amsterdam een spel vertoond dat veel bijval vindt. 0 Van een en ander wil ik nu bij eenige afbeeldingen in het kort iets zeggen: 0 Het spel van zwart en wit is eigenlijk altijd weer eene verrassing voor den aandachtigen beschouwer: het houdt, als het goed gehanteerd wordt, juist in zijne beperking, welhaast onbegrensde mogelijkheden in, omdat het immers meer laat .raden dan zien! Zelfs dit wordt bereikt, dat in louter tegenstelling van schaduw en licht, dus zwart tegen een wit scherm, zelfs kleur kan worden gesuggereerd terwijl er toch in werkelijkheid van eenigerlei kleur geen sprake is. Het completeerend vermogen van 's menschen geest wordt geprikkeld, herinnering speelt een rol, en daarenboven kan de toeschouwer, zelf in het duister gezeten, zich volkomen ongestoord en zonder afleiding daaraan overgeven. Er zijn schimmenspelers als Dr. de Roos die zelfs het gesproken woord een te veel achten en zich bij hunne vertooningen bepalen tot het doen uitvoeren van muziek welke (evenals in de cinema) het lichtbeeld illustreert, waarbij dan de opeenvolging der vertoonde schimmen zoodanig is gekozen dat deze als het ware zichzelf verklaart. Men voelt het wel: ook hier ligt een willig terrein braak voor allerlei vernieuwende proefnemingen. Ook door het herhalen van bepaalde motieven kan een sterke indruk worden verkregen terwijl ten slotte, met de erkenning dat de schim als zoodanig te weinig bewegingsmogelijkheden biedt voor het uitbeelden van zekere dramatische accenten, (dit in tegenstelling met de bewegelijkheid der marionet), door eene scherpe en kernachtige silhouet-werking; door eene rake typeering van figuren en een krachtig in het kader stellen de uitdrukkingskracht in het Schimmenspel zoodanig kan

worden opgevoerd dat er inderdaad van een voldragen kunstwerk sprake kan zijn. Nog te veel verkeert men in de meening dat alles maar „spielerei" is, doch dit is onjuist. Een kunstenaar van talent en met bijzonderen aanleg begaafd kan inderdaad uit het spelen met schimmen heel wat halen, ja zelfs tot ongekende hoogten stijgen! 0 Men vergete niet dat juist in het twee-dimensionale der schimmen, door een opzettelijk overdrijven van zekere karakteristieke vormen; door het doelbewust benutten der eigenaardigheden van het Schimmenspel een vormenspraak te geven is welke als het ware over de natuurlijke verschijningen heen eene ongemeen pakkende vertolking mogelijk maakt waarbij aan de Schoonheid het volste recht wordt gedaan! 0 Men zie er de kranige snede en buitengewoon sterke décoratieve teekening van Pieter van Gelder's schimmen voor „Don Quichote" (opgevoerd met tekst door Charivarius geschreven) eens op aan zooals b.v. Don Quichote met zijn trouwen Sancho Panza onder de boomen met den rug in den wind staan, terwijl deze de warrelige takken en bladerkroon zwiepend striemt, een gevoel van verlatenheid oproepend voor een ieder die oog heeft voor dit alles; of ook de ongemeen geestige opvatting van M. de Boer's scène uit „Le Père Guilleri" die uit den boom getuimeld, waarin hij geklommen was om naar zijn weggeloopen jachthonden te zoeken, een been breekt maar niettemin, beduusd door den val, zijn breedsten glimlach bewaarde voor de lieve zusters uit het naburige klooster die hem met hare goede zorgen zullen vertroosten en verkwikken. Hoe raak ook zijn de schimmen voor „Psammetichus Filologus" van Charivarius door Willy la Croix en die voor „De Drie Wijzen" door Henk Niegeman, die zelf den tekst schreef: een

176