is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning Conor schenkt Deïrdre aan Owen.

naar het rotsig land met de honderd spelonken en schuilplaatsen. En Conor wachtte. Naisi kon niet voor altijd het felle leven van vroeger vreemd blijven, toen hij uitblonk in wedkamp en strijd, bij feest en vreugde, waar de drinkbeker met mede en wijn door de vroolijke rijen rondging, bij den klank der schallende schilden. Zou hij niet hunkeren naar den roem der mannen, den bedwelmenden blik der vrouwen, naar de jacht met zijn makkers en de zege na 't gevecht, als de harpen van Erin, onder de hand der barden, de seizoenen der vreugdige en smartelijke ontroeringen over de ziel der helden doen gaan? 0 En Conor wachtte, — tot de eenzaamheid nu wel zwaar moest drukken, — dacht hij — op het hart der zonen van Usna. Toen zond hij Fergus naar glen Etive, om er Naisi op te sporen; Fergus was Naisi's boezemvriend. Deïrdre sprong op van schrik, toen zij Fergus ontwaarde. Naisi was aanstonds in zijn open armen gesneld en lachte van vreugde en geluk toen hij de stem van den vriend hoorde, die hen allen opwekte tot vertrouwen en vroolijkheid: „Keert weerom! Conor heeft vergeven. Conor wacht u bij het vriendenmaal. Ik zelf ben u het pand zijner trouw." 0 Maar Deïrdre wendde zich somber af. Hoe gelukkig waren zij, veilig-verborgen in de eenzaamheid, met niets dan de bosschen en de rotsen in 't rond! Als Naisi bezweek voor de verlokking en 't heimwee naar de menschen, zou onvermijdelijk de oude voorspelling in vervulling gaan: dood en verderf over 't land van Ulster.

En zij schreide in haar handen 0 Naisi kon de overredingen van zijn vriend niet weerstaan en de lokkende stem verweekte zijn hart. „Wat schreit ge, Deïrdre? Wie zal ons deren in Erin, waar wij onder Fergus' bescherming staan?" En zij verlieten samen hun glen bij het meer, voor de gastvrije kust van Ierland. 0

Somber zat Conor bij den steenen disch in zijn paleis van Emain Macha, en voor hem stond Levarcam, de voedster van Deïrdre. „Welnu", vroeg de vorst „verhaal mij van de zonen van Usna". 0 „Koning", sprak de vrouw, „gij hebt de dapperste kampioenen van Ulster aan uw hof: Ardan als een brandend vuur dat alles verslindt, Ainle onversaagd als een slang, die den tijger verstrikt in haar kronkels, en Naisi geweldig als de leeuw, die meester blijft in den strijd."

„En Fergus?" vroeg de koning. 0 „Fergus is naar het feest gegaan, dat zijn vrienden hem bereid hebben bij zijn terugkeer uit Schotland; maar zijn zonen verblijven bij de zonen van Usna, Illan en Buino, sterk en schoon als jonge, slanke boomstammen. Zij sloten vriendschap en zijn als broeders saam." „En wat met Deïrdre?" vroeg Conor. 0 Levarcam antwoordde: „De heldendochter is oud geworden in zorg en arbeid. De eenzaamheid bracht rimpels op haar voorhoofd, de jaren hebben haar neergedrukt. Verlept is de roos op haar wangen, en de veer-

178