is toegevoegd aan je favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1928 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mariette's Voor jaarsfeest

DOOR HUGO PILON.

0

0

WAS STIL IN DE STAL. 0 Schemerig licht bescheen schaars de groote plokken hooi, die de knecht pas geworpen had voor de groote grage koeienbekken. Ritselend verhuisde het droge goedje naar

de traag malende kaken, die je kon hooren mummelen in de stalstilte. 0 En dit alles deed weldadig aan voor de menschenooren, die even te voren halfverscheurd werden door het afgrijselijk gekrijt van Bontje, door 't gruwelijk geloei van Antje en het doffe brullen van Gijs, den stier. Nu waren ze alle bezig met het groote koeienwerk, het werk waar alles bij 't koebeest om draait: zich zwaar verzadigen .... 0 Mariette had niet meegedaan met het loeikoor. Zij wist wel, dat het gauw tijd was en dat loeien niemendal helpt. De knecht komt er niet vroeger om, want hij heeft ook ander werk! 0 Ze was een fijn gebouwd koetje van drie jaar. En daarbij het beste beestje van de heele stal. De melkemmer werd van Mariette's melk meestal vol en soms meer dan vol. Ze gaf bij tijden wel tien liter melk in den morgen en evenveel in den avond! En er zat veel boter in ook! Maar Mariette had den laatsten tijd op stal niet de rechte schik. Dat kwam misschien van de ruitjes, die het licht van de mooie zon zoo slecht doorlieten, omdat ze zoo vuil waren! 0 Of misschien kwam het wel van de dompige stallucht, die zoo weinig ververscht werd. Of van het stof, dat uit het oude hooi stoof in je oogen en in je neus en in je ooren! Dat was gemeen lastig! 0 Of.... nee! Het was 't voorjaarsverlangen naar de groene wei! Dat was het! 0 Daar was de lucht frisch, daar kon je zwemmen in zonlicht, daar had je geen last van hooistof, daar was jong gras met overvloeiende malschheid! 0 Mariette vrat als de anderen ijverig droog en stoffig hooi, dronk daarna uit de watergoot, die voor haar snoet langs liep en waar de knecht een kwartiertje lang een beekje van tooverde, — en gaf op tijd haar melk aan de meid, die haar altijd kwam melken. 0

*

* *

Half April.

Een zonnige, blommige lentedag. 0 Mariette róók de lente. En de andere bewoonsters roken ook! Het geloei en gebrul was ontzagwekkend in de duffe kwartverlichte stal. 0 Toen het tegen drieën in den middag liep kwam de boer van de wei in huis. Lammert, de knecht, liep naast hem om nog een paar dingetjes te bespreken. Want het was de groote dag, dat het vee de wei in zou gaan. Alle hekken en palen en draden rond de weide waren nagezien en zoo noodig in orde gebracht. De buren mochten geen last hebben. 0 De mannen kwamen den stal in. Verwachting en hoop en verlangen scheen te blinken uit de domme koeienkoppen, die zich moeizaam aan de touwen omdraaiden. Ook Mariette deed haar best: zou het gróóte eindelijk gebeuren?

„Mariette maar 't eerst!" zei de boer. „Die is het kalmst van allen. Maak ze maar los, Lammert!" 0 Ook de boer zelf maakte een beest los van de stevige palen, waaraan het den ganschen winter had gestaan. Een plank over de groep gaf gelegenheid, om zonder pootenbreken de verhoogde standplaats te bereiken. En aan het touw vastgehouden werden de dieren naar buiten gebracht. 0 Mariette knipte met de oogen tegen het scherpe licht, dat toch maar namiddaglicht was. Ze snoof diep de heerlijke lucht in, waar aroom van zuurstof en dennescheuten door gemengd waren. Het hart van Mariette sloeg sneller en sneller. Ze deed plotseling een sprong, dat Lammert het nauwelijks op de been kon houen. „Hei, beest!" 0 De boer had Bontje aan 't touw en moest zich net als Lammert inspannen, om haar vast te perken. Ze wou hollen en sloeg hevig met den staart.. 0 Nu waren ze bij de wei. Het hek stond wijdopen. De touwen gingen van de koppen, en ziedaar: de vrijheid! Het lentefeest ging beginnen. 0 Bontje zette er dadelijk de hol in, gestrekt den gepluimden staart. Maar het viel tegen. De wei was week. Wat ging dat loopen zwaar! Het werd soms struikelen, en een paar keeren was de boer gereed om Bontje weer te vangen: ze zou haast de beenen breken! Een staltijd achter de rug, het stevig stappen verleerd, en dan zoo'n drukte! Gelukkig liep het goed af. 0 De mannen gingen terug, om meer dieren te halen. En telkens meer, tot er achttien liepen. Gijs mocht niet mee en brulde woest aan de sterke ketting, die door z'n neus vastzat met een ijzeren ring. Ook mochten een paar koeien niet mee, want ze verwachtten binnenkort een kalfje en dan konden ze nog niet tegen de koude nachten.

Nu was het feest aan de gang!

Zelfs de kalme Mariette snoof en blies, dat het een aard had. Haar oogen waren rood beaderd van woestheid, want ze had als een kwajongen gehold. En telkens stak ze de staart weer recht achteruit om achter Bontje te biezen in razende vaart door het jonge gras. Kolossaal waren de sprongen en waar de pooten neerkwamen werd het groene kruid neergetrapt, platgetrapt, ingetrapt 0

O, domme feestvierende Mariette! Dacht je niet aan het heerlijke gras, aan je gedekte tafel? 0 Eindelijk, doodmoe, de longen tot berstens volgeperst met reine lentelucht, komt er kalmte onder de schare. De avond kalmeert. De boer had op het landhek zitten kijken naar den afloop. Er was geen gebroken poot, geen afgestooten horen, geen buiteling in de sloot gekomen. Dat zijn allemaal gebeurlijkheden op het voor jaarsfeest der koeienwereld. 0 Veel gras was er vertrapt, maar nog meer was er overgebleven. 0 Mariette nam haar deel van het feestmaal, tot ze leek op een tonnetje.... 0

190