is toegevoegd aan uw favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 31, 1925, no 1/2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 —

OORLOGSTIJDEN, DE SMAKT.

Niet altijd waren de tijden voor Venray zoo kalm als in onze dagen. Meermalen hoort men dikwijls zuchten, om den goeden ouden tijd, maar die tijd was voor de bewoners van het platte land soms een tijd van brand, moord, plundering. Men behoeft ieder dorpsarchief slechts in te zien, om tot het besluit te komen, dat de soldaten in oorlogstijd baas waren. Deze waren vroeger gehuurd, moesten door hun chef betaald worden, en had deze geen geld, dan verschaften de soldaten zich zelf woning, voedsel en kleeding. Naar de middelen werd niet gekeken. Als ze het maar hadden. De Venrayscheu hebben echter dikwijls in angst, kommer en ellende gezeten als de torenwachter Jan van Hulm in 1579 de opeenvolgende komst aanmeldde van ruiterscharen. In 1584 lagen er twee regimenten, die groote schade aanrichtten. De veldoverste Appio Conté lag te Veltum. Tijdens het beleg van Venlo in 1586 moesten de boeren aan graaf Mansfeldt brood, bier, vleesch, spek brengen en als dit per as gebracht werd en paard en kar bevielen den krijgsoverste, dan hield hij deze ook. Protesteerde de boer, dan ging hij met een goed pak slag of een snee in 't oor naar huis. Van 1575 tot 1590 moest Venray oorlogscontributie op het kasteel van Well voldoen. In 1588 vernielde Martin Schenk voor 11.000 gld. en plunderde het dorp. In 1589 kreeg men weer een regiment op bezoek. Tot den Munsterschen vrede toe werden het dorp en de gehuchten uitgezogen. Het klooster JeTusalem leed ook veel door die woelige tijden en Maarten Schenck, de ruwe Blijenbeeksche soldatenhoofdman spaarde het alleen, omdat daarin eene zijner bloedverwanten den sluier had aangenomen. Toen die tijden voorbij waren, bedreigde weer een andere aanval de rust en het godsdienstig leven der naburen van Venray, van Peelland en het land van Cuijk. Gelukkig behoorde Venray onder 't land van Kessel, want nu kon men op Venraysch grondgebied terecht.

Toen den 30 Januari 1648 de Munstersche vrede gesloten was, werd de invoering der nieuwe leer door de Staten in den Haag doorgezet. Noord-Brabant, Valkenburg en sommige