is toegevoegd aan je favorieten.

Limburg's jaarboek jrg 31, 1925, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 110 -

gezegd dan gedaan. Hij zou zijn mooien kiel met 't zilveren slot, de kuitbroek en zijn zelfgebreide mooie zwarte kousen aantrekken. Schoenen met gespen bezat hij niet; hij zou het met gewone, grove schoenen doen. Daalders had hij genoeg in de kist, daar ontbrak 't hem niet aan en hij had er nog wel 15 tegoed te Rooy, die hij dan ook kon halen. Zijn schooltijd en zijn jeugd stelden zich weer in scherpe beelden voor zijn geest en Marie zag hij nog, een krans van korenbloemen om het hoofd, met hem naar den Peelkant gaan met de andere kinderen.

Wie had dat gedacht, dat het toeval hen nog eens als volwassen jongeling en jonge dochter bij elkander zoude brengen.

De rusttijd kwam ; Turk dreef de kudde dichter tezamen en Hannes haalde zijn brood en spek uit den zak en een flesch met botermelk.

In gewone tijden lei hij dan in de hooge hei strak naar de wolkjes in de blauwe lucht te kijken en sliep in, nu kon hij in zijn eigen gedachten geen orde krijgen en sufte.

Hij had nooit aan een meisje, laat staan aan een levensgezellin gedacht. Als hij een vijftig schapen had en zoo'n huisje als zijn ouders hadden met een morgen land, om te bebouwen, dan ging het wel. Al moest hij den morgen Peel ook „aanmaken" of ontginnen, dat kon hij ook. Want in de Peel bleef hij wonen ; daarin was hij geboren, groot geworden, had hij jaren reeds rondgezworven, was er één mede geworden.

Maar zou Marie wei naar de Peel willen. Zij was ook van den Peelkant. Maar ze woonde nu tusschen de menschen. Dat waren alles vraagstukken, waaraan hij nog nooit gedacht had en die hij nu als groote, sterke brutale reuzen op zich toe zag dringen, op antwoord wachtende.

Turk was al tweemaal kwispelstaartende bij hem gekomen, had hem de hand gelikt, als om hem te waarschuwen, dat het rustuur voorbij was.

Hannes stond op, hing den zak weer om, en dreef zijne kudde den heuvel af naar den Peelweg van het Veulen,