Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CRVENSBERlGT van mr. johan meerman. IS ij

leen en raadplegingen, zoo met Leden der heerfchende partij, als met de oude Regenten onder eikanderen , over den Voet, op welken men zich weder in het Beftutir des lands zou kunnen inlaten. Dan, na den geflotenen vrede te Amiens, oordeelde men, dat de zaken in dit land eene meer zekere vastheid bekomen hadden; en degematigden onder de oude Regenten meenden, dat men in het jaar 1802 deel aan het algemeene Beduur welvoegelijk zou kunnen nemen, eensdeels, omdat de nieuwe ontworpene Conditutie voor het Departementale van Holland met ben onderhandsch overwogen en vastgefteld was, en anderdeels, dewijl het Huis van oranje nassau, duidelijk genoeg, met een wijs oogmerk, tot nut van ons Vaderland, had te kennen gegeven, zich tegen deze deelneming aan de Regering, door de vertrouwdde vrienden van den Prins Erfftadhouder te aanvaarden, niet te verzetten. Op dien grond liet onze meerman zich aandellen tot Lid van het Hollandfche Departementaal Beduur, waarvan hij Voorzitter en eenige dagen tevens ook Secretaris was. Het was hem een bijzonder genoegen, dat zijn voordel tot wering der bedelarij , en de hiertoe diendige invoering van het Ham* burgfche armen - fystema, de algemeene goedkeuring van het Departementaal Beduur in "het jaar 1804 wegdroeg, en dadelijk van vrucht en werking werd, bijzonderlijk in 's Gravenhage. Omtrent bet einde van dat jaar, kreeg hij, nevens zes andere Leden, door het Staatsbewind in last, een ontwerp te maken omtrent de beheering onzer Oostindifche bezittingen, ten aanzien van het Politieke Bewind en den Koophandel. De gefchillen, tusfchen twee voorname Heeren gerezen, die ook bij de onderhandelingen tegenwoordig waren, hadden hiertoe aanleiding gegeven De lieer meerman werd tot Voorzitter der Commislie verkoren; hij wist. door zijn beleid, veel toe te brengen tot nadering der ver« fchillende gevoelens; en met vermaak zag hij in het volgende jaar, dat het uitgebragte rapport bij de invoering veel gevolgd was.

Na eene nieuwe verandering van het Bewind dezer Republiek, werd hij jn het jaar 1805 door den Heer Raadpenfionaris schimmelpenning-k benoemd in het Departementaal Beduur van Holland; en hy_ bleef in dien post, tot den tijd der vernietiging van die geheele inrigting door de komst van Koning lodewijk. Op meng. 1817. no. 3. I lasï

Sluiten