Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vogels VAN het gebergte kas.

deels door andere natuurlijke middelen; maar dan Z hadt gij uit hoogmoed en eigenzinnigheid zijne voorzienigheid miskend. Hetgene, wat zij onder het be* kleedfel van menfchelijke gebeurtenisfen voor u ge" daan had, zoudt gij den rnenfchen en bijzonderlijk aan " u zeiven toegefchreven hebben. Wilt gij haar nu " ten minfte in het wonder verëeren, hetwelk thans " voor uwe oogen gefchieden zal ? Zie op, Heer! en " aanfchouw de hulptroepen, die allah u van de ein-i £ den der aarde toezendt!"

De Sultan floeg zijne oogen op, en zag uit het Oos< ten een heer van vogelen komen, hetwelk niet zoo talrijk als het heer der belegeraars, maar in dezelfde afdalingen als dit gerangfchikt was, en zich over des-' zelfs dagordeningen, even als drie wolken, uitbreidde. Deze vogels waren grooter dan adelaars, en zwarter dm raven; ieder hunner had drie groote keifteenen, emen in den fnavel en twee in de klaauwen. Op iederen lteen ftond de naam van hem, dien hij treffen moest. Vooruit en buiten de rij en het gelid herkende men het opperhoofd van dit tuchtheer, aan zijne gemengde half witte en half purperen vederen, aan zijne edele geftaltc en aan het trotfche zijner vlugt. Twee blaauwe vogels van minder aanzien, vlogen achter hem en fchenen zijne mede-opperhoofden te zijn! Plotfelmg hieven de laatite een fterk gefcbreeuw aan, en dit was het fem tot den algemeenen aanval. In een oogenblik vielen de noodlottige fteenen op hunne beftemde flagtoffers. De ten dood veroordeelde hoofden werden verpletterd, en van het ganfche vijandelijke leger bleef niemand in het leven, dan het opperhoofd, dat in allerijl uit fchrik naar Damaskus vlugtte.

Het opperhoofd van dit gevederde heerleger ngtte zijne Vlugt juist derwaarts, zijne beide medgezellen lieten zich voor de voeten van den sciieik neder, het zegevierende luchtheer vereenigde deszelfs gezang met het vreugdegejuich der belegerden, en vloog daarop hemelwaarts , vanwaar hetzelve gekomen was.

De Sultan, verrukt van vreugde over zijne redding, hoewel eenigzins bij zich zeiven verlegen, en verootmoedigd, dat zijne ftaatkunde daarbij niet medegewerkt had, gaf zich aan het gevoel van de dankbaarfte vereering''der Voorzienigheid over, die zelfs in het verftoktfte hart een onverwacht geluk bewerkt. „O Almagt P $ » van

Sluiten