Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

153

Uitdrukking, doelende op het wisselende der ondermaansche zaken.

96. Dat zal me God en de mulder mér laote schjeije. Geen uitspraak doen.

Dèt heit pas veelen, zag Pitter Mattis en schpeelde deur de schnoare.

Wordt gezegd, van een lustig gezelschap.

98. Dèt zeen schjnieders van ein noalj. Dat zijn gelijkgezinden of collega's.

99. Dè zich zelf bewaart, bewaart gein douf neut. Aanbeveling van het goed zorgen voor zijn eigen lichaam.

100. Ezels küppigheid, boeren begèrlikheid en schnieders hovèrdigheid, die doere tot in der eeuwigheid.

Bij dit honderdtal, waarin een schat van geestigheid en levenswijsheid besloten is, zullen wij het hier laten, 't Is een klaar bewijs, hoe de Limburger gaarne in beelden spreekt en de taal uitmuntend de intieme bijzonderheden van het leven doet zien en teruggeeft. Het Limburgsch slijt af door het toenemen van het verkeer, maar het kan tegen een stoot. Het is een machtig wapen, om den vreemden, Limburg bedervenden invloed te keeren. In Hessen deden de Groothertog en de intellectueele voorgangers van het volk alles, om de eigen taal, de costumes, de volkszeden te bewaren. Men lacht daar met vreemden, die de pogingen bespottelijk trachten te maken en ze afkeuren. Men gaat zijn gang, zonder omzien. Aldus moet het ook in Limburg zijn. Men houde zich aan al wat er goed en van vader op zoon overgebracht is. Zoo is 't en blijve het.

LIMBURGSCHE RAADSELS.

Menigeen heeft zich in zijn jeugd vermaakt met het oplossen van die geheimzinnige vraagstukjes, die men raadsels heet. In ledige uren amuseerden er zich ook ouderen mede. In den winter worden de raadsels opgehaald, om de

Sluiten