is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de avondstond op het land.

47a

, De hemel fchonk ons een kind: dit waait gij roosje !

Wij zagen u reeds m het verlclnet als den troost

, van onzen oucieraom aan, dij ïeaer Kind deden wij hetzelfde, en wij hebben ons niet bedrogen. Ik beftelde u hij eene minne; want mijne vrouw kon u '„ niet zelve zogen; daarover was zij geheel en al troosM teloos; zij bragt geheele dagen aan uw wiegje door, terwijl ik, door mijne getrouwheid in den dienst, „ niet alleen de achting mijner Opperhoofden, maar ook 5J de liefde mijner kameraden verwierf." ..

,, Mijn Kapitein, de Graaf van **, was eerst vijf en „ twintig jaren oud; hij onderfcheidde ziclr door zijne „ menschlievendheid en zijn bevallig voorkomen boven „ alle overige Officieren uit. Hij fcheen mij zeer genegen. Ik had hem onze lotgevallen verhaald; hij „ had .therese willen zien, dewijl hem ons noodlot ter harte ging; hij beloofde ons dagelijks, zich.tot s, laurens voor ons te zullen wenden; en, daar ik „ geheel van hem afhing,, gaf hij mij zijn woord van „ eer: dat ik, zoo dra mijn fchoonvader flechts met „ ons bevredigd zou zijn, mijn affcheid hebben zou."

„ De tijd verliep ondertusfchen; mijn jonge Kapitein „fcheen in zijnen ijver in het geringftc niet te verflaauwen. Therese werd echter dagelijks zwaarmoediger, en, wanneer ik haar naar de oorzaak van hare duistere geinoedsgefleklheid vraagde, begon zij „ van haren vader te fpreken, en wendde het gefprek 'op iets anders."

Op zekeren dag, toen ik de wacht had, en te „ huis bij mijne vrouw wilde gaan eten, ftond plotfe„ ling laurens voor mij. „ ,, Zoo, roover! nu heb „'„ ik u eindelijk, gepakt!"" fchreeuwde hij — „„geef „ „ mïj mijne dochter terug, die gij mij, tot dank„ „ baarheid voor al het goede, hetwelk ik u deed, „ „ hebt ontftolen!"" — lk wierp mij voor hem ne„ der, en verdroeg de eerfte opwelling zijner gramfchap „ geduldig; mijne tranen fchcnen hem ter harte te gaan, s, en hij hoorde mij aan: ik poogde mijne misdaad in „ het geheel niet te regtvaardigen; maar bad om zijne „ vergiftenis. ,, „ Vader!"" zeide ik „ „ het on« ■>■> geluk neefr «enmaal plaats gevonden, therese „ „ is nu de mijne, zij is mijne vrouw. Met mij „ kunt gij doen, wat gij wilt; maar verfchoon mijne „ ,, vrouw, uwe eenige dochter; onteer haren man Gg 5 » niet>