Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het russische rijk.

5a 3

Arensburg, in fret Rigafche Stadhouderfchap, op het eiland O af el, is in 1205, onder de regering van walde mar II, Koning van Denemarken, gebouwd.

De uitvoer bedraagt 's jaarlijks omtrent 10 fcheepsladingen granen.

Archangcl, bij de Witte zee, die in den noordelijken Oceaan valt, de hoofdftad van het Archangelfche Stadhouderfchap, ligt op 64 0 33' 40" breedte; en op 560 30/ 15" lengte, aan de rivier de noordelijke Dwina genaamd, 5 a 6 Duitfche mijlen van d.szelfs uitgang in de Witte zee. Landwaarts is het 164 Duitfche mijlen van Petersburg verwijderd. Het werd in 1584 gebouwd. Men bouwt hier oorlogs- en koopvaardij-fchepen, en rust dezelve uit.

De uitvoer van landsprodukten is hier vrij aanmerkelijk, en beftaat in lijnzaad, rogge, tarwe, planken, deelen, matten, ijzer, talk, borftels, hennep, juchten, vlas, balken, masten, teer, traan, pek, kaarfen, paardenhaar, touwwerk, onderfcheidene pelterijen, ferveten andere linnens, enz. welker aankomst de rivier de Dwina gemakkelijk en min kostbaar maakt.

Deze rivier neemt haren oorfprong in het Wologod. fche Stadhouderfchap, door de vereeniging der rivieren Soechona en Joega of Joeg, en is 70 Duitfche mijlen lang. Buiten die twee rivieren, vallen er nog verfcheiden anderen in; op welke en op de Dwina, de beladene barken, even als op de Wélga, tegen den zomer, na het losgaan van het ijs en het fmelten der fneeuw, met eenen geweldigen watervloed en ijsgang afkomen.

De Hollandfche fchepen halen vandaar vele koopwaren , voornamelijk lijnzaad, hetwelk meest uit de Wologodfche en VVjatfche Stadhouderfchappen en het Oestjoegfche gebied komt ; als ook fomtijds veel rogge.

Het getal der beladene uitgaande fchepen, bedraagt 's jaars van 100 tot 150, naar mate er voorraad of vraag is; en dezelve zijn doorgaans veel grooter dan de gewone Oostzee fchepen. Dezulke die niet dieper dan 14 a 15 voet gaan, kunnen tot eene plaats, door de zeevarenden Sonnebol genaamd, en eene halve mijl van de ftad gelegen, komen; die dieper gaan, moeten voor de baar, die voor de rivier ligt, biijven liggen, en in ■opene zee laden.

De aldaar langdurige winters, veroorzaken, dat de fchepen er 's jaars maar eene reis kunnen doen, zijnde

cr

Sluiten