Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STAEL-HOLSTEIN,

naar de vatbaarheid der verfchillende deelnemers aan het gefprek; die aardige fpotternij, welke doel treft, zonder te beleedigen, welke den geest opj'cherpt eil over alles eene bekoorlijke bevalligheid verfpreidt. Doch men zou w< lligt hierop kunnen aanmerken: welke waarde eigenlijk een onderhoud heeft, alwaar men flechts fpeelt, offchoon dan ook vernuftig fpeelt? alwaar de denkbeelden en de kunde, welke men over en weer ontwikkelen kan, niet het hoofddoel uitmaken? alwaar men „zoo vlug fpreekt als men denkt" (Jus ook onbedacht genoeg fpreekt) „ (leeds aan zich zelvcn behagen, en goedkeuring zonder veel inipanning verwerven wil, en over het geheel flechts daarop uit is„ om elkander over en weer zoo ras als mogelijk te vermaken ? " — Een vermaak dat geen blijvend genot, maar flechts ledigheid, en behoefte om op nieuw te fnappen, in de zied kan achterlaten. Zoodanig is her gezellige onderhoud der Grieken en Romeinen, in den hoogften bloei hunner befchaving, voorzeker niet geweest'! Ernst en bevalligheid, geestigheid en verbeeldingskracht, gevoel en verftand, moeten bij het gezellige onderhoud naauw vercenigd zijn; de fpraak moet nimmer, gelijk bij de Franfchen, flechts het werktuig zijn, tot een vernuftig fpel, maar het middel ter mededeeling van merkwaardige denkbeelden, gevoelens en belangen; waarbij voorzeker hei''grdéürn Jalis (het zout niet vergeten worden mag, indien het onderhoud aanfpraak op vernuft en fmaak zal kunnen

maken. Ook het „talent van vertellen'''' zegt de

Schrijffter flechts zeer zelden in Duilschland aangerroffen te hebben, en ruimt hier de Franfchen verre den voorrang in. Het ware hieromtrent zal wel zijn, hetgeen zij zelve te kennen geeft, dat de Duitfchers doorgaans meer episch, de Franfchen meer epigrammatisch vertellen: maar moet dan eene echt goede vertellingniet fteeds naar het epifche zweemen?

Twaalfde Koof dit Over de Duitfche taal, en der zeiver betrekkingen met den geest Van onderhoud (converfaiic). De Schrijffter fteffit toe, dat het Hoogduitsch eene heerlijke taal voor pcfëkij, en ook zeer rijk voor befpiegelende navorfchingen zij; maar acht het'minder gefchikt voor profa-ffijl, vooral voor converfaric Hare gronden evenwel voor dit laatfte, b. v. dat het flotwoord van een' volzin doorgaans eerst aan het einde van dcnzelven komt, en men dus den fpreker niet zoo gemak-

Sluiten