is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een woord in proza , enz. 279

O Er is ja iemand, die het een en ander in het Mengelwerk van dit Maandwerk geleverd heeft, en welken geysbeek kennen kan als Schrijver van ecnigen der Prulfchriften, die bij hem zijn uitgekomen: zoo meenea wij dan ook, den Schrijver der Redevoerwg tegen van der werf, dien van het Algemeen Beoordeelend Verflag, en van andere namclooze Stukjes, te kennen: en wanneer geysbeek eens goedvindt ^bewuzen, hetcrpup dat hü zegt te kunnen £«w/*<?«, dan zal bet algeSi en den naam te weten komen van den ellendigen Prulfcbrijver zonder beginiels, die zich misfchien nog fchamen zou, wanneer zijn naam ftellig genoemd werd. Dien bedoelden man uitgezonderd, gelooven wij met dat één medearbeider aan dit Maandwerk eenig iloomsctv Stukje gefchreven heeft: althans de medearbeider, die alles, wat deze gefchillen betreft, dus ver gefchreven en verder voor zijne rekening genomen heeft, kan , zoo bet noodig wezen mogt, gerustelijk verklaren, dat hij geen Roomsch Stukje gefchreven heeft of fchnjveu zal, alsmede dat hij, deze zaak betreffende, geene letter meer gefchreven heeft, dan in ons Maandwerk geplaatSL is, of verder geplaatst zal worden. —*

4 ^) Het Werkje van de foere is niet geroskamd; maar naar'verdienden, en nog niet eens naar verdienden, als een Gefchrift zoo vol drogredenen, als verderteiijjc m ftrekking, door ons bekend gemaakt. Recement durrt de verdediging van het door hem gefchrevene zeer goed op zich nemen — Wien geysbeek door een Hervormd Wachter op Sions muren, die het venaald- zou hcboen bedoele, kunnen wij niet raden. Zoo veel echter hopen wij, dat ieder verdandig en braaf man uit deze aanteekening geleerd zal hebben , dat hij mets drukken_ laat brj iemand, die tot zulk eene Aanteekening in ftaat is.

50 Het beduit, dat geysbeek uit zijne gezegden atleidt, saat geheel mank: omdat iemand- dien geysbeek kent als Schrijver van fommige Roomlche Stukjes, eene en andere bijdrage in het Mengelwerk geleverd heett, daarom hebben de Schrijvers van de Roomlciie btuujes meer deel aan het Magazijn, dan de Jezuiten aan cie Roomfche Stukjes hebben ! — Welk eene gevolgtrekking 1 Doch voor ditmaal genoeg: misfchien zullen de werken der duisternis nog wel eens nader aan het hent worden gebragt.

S4 D*