Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OF INLEIDING TOT GODSD. EN ZEDEK. ONDERWIJS. 345

of wij dus met den Schrijver van oordeel zijn , dat da uitgave dezer Brieven voorzeker geen langer uitfiel noodi" had? — Dan halen wij over het ganfche Werk onze fcbouders op, en zuchten diep over het eerfte Stuk voorzeker! ■

Des mans zoontje, dien Papa honderden malen mijn lieve hen Rij '• noemt, ontvangt op zijn zevenden Jaar-, dag, dén 4den December 1807, den eerfteu Brief, met de belofte van eene tooverlantaarn, ten gefchenk voor zijnen verjaardag te zullen ontvangen. Om evenwel thans iets te fchenken, i'chrijft Papa: „zeg intusichen aan „ Mama. uit mijn naam, dat zij u heden een dukaat „ geve; daarvoor kunt gij dan koapen wat gi) wilt. — Voor het overige ontvangt henrij tot een welmeenend "Verjarings-gefchenk in dezen Rne.{ vijftien raadgevingen of zede-lesfen, welker uitbreiding de inhoud is van het tweede Stuk dezes Brieven-werks, hetwelk aan het Zedekundig onderwijs is toegewijd, terwijl het eerfte, vervat in 12 Brieven , het Godsdienftig onderwijs geeft, zoo echter, dat de elfde Brief, Bladz. 119—137, ook geheel Zedekundig is , behelzende de voorfchriften des levens , door jezus in leer en wandel aan alle menfchen gegeven, en ons nagelaten, „ om ons te over. „ tuigen, dal elezelve na te volgen, waarlijk het beste, ,, het eenige midelcl is om gelukkig te worden." — Door welken Brief het ganfche tweede Stuk, wat de hoofdzaak betreft, als overtollig had kunnen achterwege blijven.— Tot eene proeve van die Zedekunde ftrekke het volgende (St. II. Bladz. 48 ) „Jammer is het Henrij! dat bij „ Oom B. voorleden jaar die masten gebroken en om-, „ ver gevallen zijn, die aan den waterkant ftonden, om „ er de vischnetten aan te droogen; want, als die nog „ overend ftonden, dan kondet gij langs de klampen, „ die er aan geflagen waren , eens naar boven klaute-: „ teren en aan uwen Neef Frans laten zien, hoe gif „gewoon waart tegen den mast op te klimmen, toen gij w aan boord waart (*). Maar geene zwarigheid, eerst-

„ daags

(*) Hoe gij enz. Nam. het fchijnt uit de optelling der vruchten, St. I. Bladz. 33, dat Papa met zoontje en de overige familie uit de Oost- of ffest gekomen is. Hier wordt die vermoeden bevestigd. En tevens zien wij hier, welk een kind henrij is. dat gewoon was tegen den mast op te klimmen, zijnde NB. zes jaren oud 5 zoo niet veel jonger! Vergel. St. K Biadz. iT.

Y 5

Sluiten