Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ftttt NAAR JNDIË, ÈNZ. 4*£

Zich dapper, doch het vierde paar verfchafte ons het ' meeste genoegen: de tterktte dreef zijne parti] m de

rivier, werwaarts hij haar dadelijk volgde. Zij 4poten i elkander onophoudelijk geheele wolken water toe, en " deden verfcheidene aanvallen. Intusfchen vond de , zwakfte, toen hij aan de overzijde van den oever ' kwam, offchoon hij nog fteeds terug deinsde, den „ hoogen grond zoo gunftig, dat hij plotfelmg HïSnd

hield en zijne partij het voortdringen belettede. Een«

geruime poos ltaavdcn zij elkander aan , tot de mou~

hout van den zwakkeren zijnen olifant in het midden *' van het water dreef, waar de laatftc ftrijd begon, die . echter onbeflist bleef. Intusfchen werd het gevecht , akemeen bewonderd, en buiten kijf is het een icnouw-

foei, hetwelk verdient gezien te worden, maar coc •! niet meer dan eenmaal. • In de onderlchetdene aanvat* , len dezer dieren merkte ik volltrekt geene afwislehng ' of list op: ruwe kracht was het eenige wapen, en ' de eeniglte zigtbare kwetfmgen, welke zij• elkander „ toegebragt hadden, vertoonden zich m het afgeicheur-

de vel aan hunne koppen. Uit den hooghggenden ' koepel hadden wij, zonder dat wij zehs het muitte ' gevaar behoefden te vreezen, een vrij gezigt van den „ ganfchen kamp, waarbij, hoe zonderling dit, wegens , de tallooze" (heter ontelbare, want een getal ot menigte kan niet talloos worden genoemd) „ menigte men„ fchen, ook moge fchijneri, volltrekt geen ongeluk „ plaats had." ,, „ . ,

Den i7den April. Des morgens," enz. Doch genoeg. Wij hebben dit olifanten gevecht tot eene proeve afgefchreven, niet twijfelende, of hetzelve zal onzen Lezeren bevallen. Wij wenichen fpoedig gelegenheid te. hebben, om ook de volgende Deelen aan te kondigen.

ü d 2 f**

Sluiten