is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korte beschiujv. der staten van barbertje,' enz. 421

„ van de verregaandfte tijrannie.(liramïj) en wreedheid. „ Dnmfddelijk na zijne verheffing, beval htj eèflB aigSmeene plundering der Joden, m Tet/tan, onder vooi" wendfel van eene belediging, die zij hem. aangedaan " tocSen Dit werd door de foldaten op eene woedende "wijze ten uitvoer gebragt, en ging gepaard met de " noodde mishandelingen. Twee ongelukkige dier nae, hadden, vooral, zijn misnoegen (ztc,) op den hals gehaald. Een (eenen of ««') van hen het hl) een touw door de hielen deken, en met zun hoofd nee.rJ waarts ophangen, in welke gedeldheid de martdaar omtrent vier dagen, zonder het gèrmgfte voediel bleef Toen liet de Keizer hem het hoofd afïïaan, onder voorgeven, van hem uit zijne ellende te verlosten. Den anderen liet hij, met een (eene) koord om den hals, in zijne tegenwoordigheid brengen, de be.de handen afhakken, en drie dagen daarna, onthoofden. , In dien zelfden tijd, werd, een zwarte, di, tot „Generaal in het leger bevorderd was mede eenillag offer zijner wreedheid. De Keizer hem bevolen hebbende voor hem te verfchijnen, nam ta'OMW* ''doch werd achterhaald, en voor zijne _ Ma]e keit bc' bragt , die hem oogenblikkelijk, met eigene handen, het hoofd doorkliefde. - Toen de Keizer het zwaard „ ophief, om hem den flag toe te breng*m, »g oe ' ongelukkige hem, met ftandvastige en bedaarde blikken onder de oogen, volkomen geloof daande aan het algemeen gevoelen onder de Mooren yan dat land, Z h|, die dSor den Keizer zeiven van het leven eroofd wordt, aanfpraak, op eenef» hoogerepO uap *, van gelukzaligheid, in het Paradijs verwerft; —

Men wil dat muley ismaöl , gedurende zijne rege„ ring, veertig duizend zijner^ onderdanen, met zijne „ eigene hand omgebragt heeft." -— _ ....

Als wij deze en andere wreedheden, in Barbarijë ge pleegd, overwegen, dan mogen wij den wensen v«j den Schrijver, wien wij onzen dank voor zijneni *«■u openlijk betuigen, wel den onzen maken: „ ^ [J digen met den wensch, dat het de (der) aibotQc Voorzienigheid moge behagen , onze pogingeni, m zoo " verre, tegen de ongeloovigen te zegenen, dat ziizicti " verpligt vinden, de Christenen in rust en wede te Z laten, en buiten daat mogen gefield worden, om dezelve te mishandelen, of te benadeelen.

Dd 3 H"