is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 14

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE GEOGRAPHISCIIE OEFENINGEN. 655

de Zesde Les (het ganfche Werkje is in flechts 20 Lesi'en verdeeld) aangaande ons Vaderland, het Koningrijk der Nederlanden, zegt:

Ieder mensch behoort onder zijne eerfte kundigheden te tellen, de kennis van ele plaats zijner woning en verder van bet land onder welks befchermende wetten hij leeft; daarom wordt hier in de eerfte plaats van het Koningrijk der Nederlanden gefproken.

„ Grenzen en grootte. Het grenst ten noorden en westen aan de Noordzee, ten oosten aan het DuitschVerbond, en ten zuiden aan Frankrijk. De grootte is Iioo vierkante Gcographifche mijlen.

„ Lucht sgefteldheid. De lucht is in onderfcheidcne deelen van dit rijk zeer verfchillend. Zij is in de landprovinciën veel_ beftendiger en drooger, dan in die, welke aan zee liggen; daar zij in de laatfte zeer vochtig en aan plotfelijke veranderingen onderhevig is, die veel koortfen en verkoudheid veroorzaken.

„ Gefteldheid van den grond. In het noorden is het land laag en vlak, en doorgaans vruchtbaar, enkele ftreken uitgezonderd. In het zuiden is het hooger, zijnde aan de Z. O. zijde zelfs bergachtig, en hier en daar met bosfehen bezet.

„ Wateren. De voornaamfte rivieren zijn (a) de Rijn, waarvan eenige deelen andere namen dragen, als: (b) de Kromme Rijn, (c) de Oude Rijn en (d) de Lek. (e) De Maas, welke, digt bij hare uitwatering, ter lengte van Vijf uren, den naam van Merwede aanneemt, (g) De'Waal, (h) de IJsfel, die door (i) de Drufus gracht met den Rijn verbonden is. (In Da Schelde, (1) de Eem, (m) de Sambre, (n) de Lijs, (o) de Dijle, (p) de Linge, (q) de Hollandfche IJsfel, (r) de Vecht in Overijsfel, en bovendien eene menigte kleinere rivieren.

., De verdere wateren zijn: (A) de Dollart, (B) de Lauwer-zee, (C> de Zuiderzee, (D) het Y, (Ë) het Haarlemmer-meer, (F) het Biesbosch, de Zeeuwfche Stroomen, en daaronder (G) de Hond of Westerfchelde.

„ Inwoners. Hoezeer het karakter der inwoners , in de laatfte 25 jaren, zeer veel verandering heeft ondergaan, zoo is het oude toch nog zigtbaar gebleven. Vlijt is hunne eerfte neiging, mededeelzaam zijn hun eene behoefte, getrouwheid eene gewoonte, en in het beoefenen van kuiilien en wetenfehappen, anderen ge-