is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIKOLAAS PEDROSA.

^ebrosa, wiens hiei met eene dikke ziiveren fpoor goed, ofichoon oud modisch bewerkt, gewapend was, ftiet den muilezel het verroeste fpoorrad ftout in de ribben, en dreef het met alle kracht voorwaarts. Tevens nam hij behendig zijne blaauwe lakenfchen kap önder den regter arm, wierp den zoom van zijn kleed over den linker fchouder, en floeg op de ooren en kinnebakken van zijn wederfpannig dier wakker los. Daarbij Iprong ér vuur uit zijne twee Andaluzifche oogen, die zoo zwart als kolen en niet minder vuurvattend waren. Woedend van toorn, riep hij alle entielen, heiligen en martelaars bij een, van den heiligen miCHAèL af tot op zijnen befchermvoogd, den heiligen nikolaas van Toktitina, en indien vloeken en verwenfchingen den halsftarrigen muilezel op gang hadden kunnen brengen, zou de ftrijd fpoedig ten einde zijn geweest. Maar geen heilige kon van het dier eene andere beweging afdwingen, dan dat het op eene en dezelfde plaats, als vast geworteld, op en neder floeg. In dit hagchelijk oogenblik voerde het toeval eenen hoop bedelmonnikken den weg voorbij, welke de heilige hostie naar «eenen frervenden bragten.

„ Nikolaas pedrosa ! " riep een monnik, „ vermoei u met te zeer over uw dier, en befpaar uwe gods„ lasteringen. Gedenk aan bileam!" „Ach eerwaardi„ ge vader!" hervatte pedrosa hierop, „bileam s, floeg zijn dier tot dat het fprak, en ik wil het mijne a, flaan, tot dat het brult.1'

„ Foei, heillooze kerel!" fchreeuwde een andere monnik. — „ Vriend," zeide nikolaas, ., bekommer 3, u, om uw werk, en laat mij gerust het mijne ver-

Pgteh; ik wed, dat het mijne bet dringendfte van 9, beide is. Uw kranke gaat uit de wereld, mijn fchep„ fel komt er in." .— 9J Hoort hem eens aan!" riep een derde, „ hoort dien fchelm eens aan, hij lastert s, het ligchaam des Heeren!" — Hierop trok de troep jiaarjiet geluid der fchel langzaam verder.

W7ie iets van dé ooren eens muilezels weet, dien is bekend, hoeveel deze dieren van den klank eener fchel houden. Naauwelijks werden dus de medeklinkende fnaren der gehoorwerktuigen van pedrosa's dier in trilling gebragt, of het fchoot plotfeling in eenen fprong voorwaarts, rende brullende onder de monnikken, en trapte en ftiet de vrome broeders op de goddeloosfte Wijze. Njkolaas maakte van dit geweldig toeloopen

van