is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN EENEN IN ENGELAND WOONACHTIGEN REIZIGER. 2<%)

dertj, een eind in het water af, waar de trapped zoo ingerigt zijn, dat de fchuit, hetzij ebbe of vloed, er artijd digt bij komen kan. Een gemak, hetwelk ik zelfs in Engeland nergens aangetroffen heb, waar men fomtijds uit de fchuiteh gedragen wordt, gewoonlijk echter over een klein plankje en het zand gaan moet, hetwelk door ebbe en vloed altijd nat is.

Te Maas/luis werden wij voor de laatde maal aan land g zet. waar wij nogmaals de klok lieten luiden, hetwelk alle voerlieden der plaats tot de loting te zamen riep; deze gewoonte fchijnt algemeen te zijn. Mets heeft mij immer beter bevallen, dan deze plaats, welke voor het overige flechts den naam van een dorp draagt. De met de grootde netheid en naauwkeurïgheid gemetfelde grachten, welke door dezelve loopen, de ru\n boomen aan weerskanten derzelve; de uiterfte zindelijkheid der kleine, doch wel gemarmerde en ge. fchilderde huizen; de draten doorgaans zoo fchoon geveegd , dat de vrouwen er met pantoffels of muilen met witte koufen gaan, waaraan geen fpatje te zien is; de menigte der rijtuigen en het gewoel op en om dezelve .. dit alles was mij,-zelfs in vergelijking met Engeland, zoo nieuw, dat het mij een geheel onbekend genoegen deed ondervinden, en dat ik gaarne den allerelkndigften fmaak vergat, in welken deze plaats en alles wat ik tot hiertoe in Holland gezien heb gebouwd en aangelegd is. Er is niets ongeverwd, zelfs de allerellendigde hutten, die ik op den weg zag, zijn gefchiiderd en geboend.

Nog moet ik u zeggen, dat Maas/luis bijna geheel bewoond wordt door menfchen, welke van de visfcherij leven, en welke dus eene zeer geringe klasfe uitmaken.

Hier heeft men overdekte wagens, eene foort van koetfen, welke van buiten met vele kleuren geverwd en van binnen met rood trijpt (zoo was ten minde de onze) bekleed zijn. Er zijn vier zitplaatfen in; zij hebben eenen fmakeloozen vorm en hangen zoo flecht, dat ik weldra naar de Engelfche chaifen verlangde. Men had mij geraden,er geen mede over te nemen, daar het lastig zou zijn, omdat men zoo dikwijls over het water moet: in het kort, de gemakkelijkde wijs van reizen, is hier, te water, in de trekfchuit. De wagen van Maasjluis bragt ons in iets meer dan

drie