is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444 DE EERZUCHT.

blijven, al worden wij niet, naar onze waarde en verdienften, geliefd en geprezen; tevreden ook dan, wan* neer wij, in weerwil van onze waarde en~ verdienlten, worden miskend en veracht; tevreden, al zien wij anderen geroemd en geëerd, die, minder dan wij, die eer en roem verdienen; vooral ons wachten, om Inderen de eer, die zij ontvingen, te benijden, om anderente verachten, die, in den lof der menfchen, deelen. •**"

III.

Maar hoe moeten wij' het nu aanleggen, om zulk eene edele zucht bij ons te verwekken en te vermeerderen? IVat moeten wij doen, om deze begeerte te bevredigen» en die tot ons wezenlijk geluk, ter onzer ware volmd' hing aan te wenden? Zie hier, het derde en laatfte, dat ik, naar het plan, dat ik mij zeiven voorfchreef» wilde onderzoeken. Slechts een enkel oogenblik ver* zoek ik nog daartoe uwe aandacht

i.) Willen wij die begeerte in ons verwekken, en verflerkcn of vermeerderen, denken wij dan veel aan de waarde onzer natuur, aan onze beftemming, aan onze betrekking tot God, den hemel, de dingen der eeuwig*

beid. Herinneren wij ons dan veel, hoe ongeluk'

Mg het zij, zonder eer, zonder achting, in het midden der menfchen te leven! Hoe onwillig, hoe onge' ichikt wij zoo blijven voor het grooie, het edele, het goede! Hoe onwillig en ongefchikt, om het waar geluk van ons zeiven te bevorderen, en te wezenlijken ze* gen van anderen ons te gedragen! Bedenken wij dan veel: van welk een belang de eer der wijzen, de lof der braven voor onze blijdfehap, voor onze vorming» voor onze deugd en voor de genoegens onzes 'e' vens zij!

a.) Woont deze begeerte in ons en willen wij die bevredigen, dat wij dan ftaan naar wezenlijke verdien* ften. Dit is tot eer en roem de ware, de eenig"® zekere weg. Verdienften worden, wel is waar, nie£ altijd opgemerkt en erkend, maar, zonder verdienfte11» geeft de lof der menfchen toch geene voldoening aan het hart, verkeert dezelve doorgaans in oneer en fchande» Willen wij dan, dat anderen ons opmerken, eeren, minnen en prijzen, zoeken wij die liefde en eer te verdienen, door wijsheid, deugd, door ijverige betrap^*