is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

524 EBN ZONDERLINGE DROOM.

„ kerde en verouderde ziekten te genezen. — Mijn. voorftel is dan — maak, dit beveel ik u, (hier fprak hij met eene gebiedende houding) dat dit bekend worde — om op alle buitenlandfche zoogenaam„ de Werkjes van fmaak eene zware belasting ** „ leggen, doch buitenlandfche goede Werken, wel" „ ke het zuivere en echte Godsdienftige en zedekun.,, dige, welke kunften en wetenfchappen bevatteden, „ en den mensch tot befchaving van het verftand, .,, en de verbetering van het hart konden opleiden, z°u ik hiervan uitzonderen, of flechts eene zeer geringe

„ belasting opleggen. Elke drukker zou voor elk

vel van Romans, enz., welke hij vertaald uitgaf» nog daarenboven, eene zekere fom betalen; en elke „ vertaler roor elk Werk, dat hij vertaalde (geen Werk „ zou zonder naam des vertalers in het licht moge*1 „ verfchijnen) ook desgelijks eene goede fom. Al'e twistfchriften, vooral in het Godsdienftige tusfchen „ verfchillende gezindten, zou ik, dewijl zij geen voor* „ maar veel nadeel doen, dubbel belasten, ZOovvel «, oorfpronkelijke als vertaalde. Van dit geld, hetwelk „ nog al wat zou opbrengen, wilde ik aan eiken oor* fpronkelijken inlandfchen fchrijver eene belooning toereiken, en vooral, wanneer zijn Werk door deS' „ kundige beoordeelaars was goedgekeurd in de voor* „ handen zijnde Tijdfchriften, eene zeer goede beloo* „ ning. Ook zou ik den drukker, die goede inlandfc"e „ Werken uitgaf, zeer wel beloonen. Bleef er dan „ nog geld over, dan zou ik voor hetzelve goede in' landfche boeken aanfchaffen, en dezelve onder de, „ behoeftige klasfe laten uitdeelen. Ik wed* mijn vriend! „ alles zou fchielijk veranderd zijn. Dit middel z°ü onfeilbaarder werken tegen de vertalingsmanie, dan s, de kina tegen de derdendaagfche koorts, en men z°u „ zich met vreemde voortbrengfels niet langer beho-*

ven te behelpen. — Wat denkt gij ? "

Hier zweeg de grijsaard — hij wenschte mij verder eene aangename wandeling, drukte mij lagchende, vrien* delijk de hand, en hij verdween in een oogenblik. 2iine hand kwam mij koud als de dood voor. Ik verfchrikte geweldig, en fprong op. Ik ontwaakte, en zie ftet was een droom!—!!....

WEI.'