is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSYCHOLOGIE DES CHRISTENDOMS.

5

gij beter zijt, dan zal ik u genezen;" {prak bij dan zoo als het eenen geneesheer past? Zou de zieke niet gelooven, dat hij met hem den fpot dreef? Indien jezus verbetering van den mensch geëischt had, vóór hij op eenige wijze iets voor de menfchen had willen doen, dan had men hem over het geheel niet noodig; want juist om de menfchen te verbeteren, en hun de verbetering mogelijk te maken, verfcheen hij immers op aarde? „ De gezonden hebben den medicijnmeester niet noodig, maar die ziek zijn," — dit is algemeene waarheid. En de verbeterde mensch is niet meer ziek, of acht zich niet meer zoodanig, hetwelk hier op hetzelfde uitkomt.

En inderdaad was en is vergeving vóór de verbetering het beste, 'ja ik mag wel zeggen , het onfeübaarfte middel ter verbetering, dat er zijn kan. Door weldaden moet er op het hart des menfchen gewerkt worden; maar de mensch zou de weldaad niet geheel als weldaad erkennen, indien hij ook Hechts kon wanen dezelve verdiend te hebben, hetwelk de eigenliéfde zoo ligtelijk waant. Het maakt een groot onderfcheid, of iemand mij door eene groote opoffering helpt, dien ik reeds voorheen beminde, aan wien ik zelfs wel bewijzen mijner liefde gegeven heb, dan of een ander het doet, dien ik niet beminde, voor wien ik niets gedaan heb. De handelwijze van den laatften zou veel meer mijne aandacht trekken, mij veel meer treffen, inzonderheid indien hij een edel en beminnenswaardig man ware. Een perfoon , dien ik eerst beminde, beantwoordt Hechts mijne liefde, hetwelk op zich zelf natuurlijk is. Een perfoon, die iets groots, belangrijks voor mij doet, vóór dat ik hem bemin, komt mij te gemoet met liefde; welke ik juist in het diep gevoel mijner hulpeloosheid voldrekt niet begrijp, welke ik mij geheel onwaardig gevoel; en moet dit niet mijne dankbaarheid, mijne liefde verhoogen? Waarlijk de mensch, die langs den weg van eene maria magdalena tot zijne verbetering geleid wordt, moet zijn gezond menfchenverltand verloren hebben , indien hij zich daarbij nog op eenige wijze eenige verdienfte toefchrijven kon, en in hem moest alle menfchelijk gevoel verdikt zijn, indien hij geene dankbaarheid en liefde gevoelde tot hem, die 'hem langs dezen weg gezaligd en veredeld had. Denkt gij ook niet alzoo?

A 3 ACHT'

K