Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17* desiderius erasmxjs,

den mensqh aandruifchende, hoe hoog men ook de* zelve, voorheen, in de Roomfche kerk ichattede, en die haren oorfprong in niets anders dan in dweepzucht en bijgeloof te zoeken heeft, zal het volgend Itaal uit de zamenspraak, Bladz. 117, het Godsdienftig Gastmaal geheeten, ontleend, overtuigend genoeg aan elk doen zien: doch eer ik dit geve, moet ik eerst nog een belangrijker bewijs uit die eigene Zamenfpraak aanvoeren, die erasmus onverfchrokkenheid in bet aantasten van de .enkel uit menfchelijke plegtigheden en inzettingen zamengeweven Roomfche kerk/en die daarin; het wezen des Christendoms grondde, in het helderst daglicht plaatfen zal.

, Na de overheerlijke en zoo zeer bekende plaats uit cicero De fenectute aangevoerd te hebben, waar cato zegt: Quod fi quis Deus mihi largiatur, enz. en.bij dezelve een paar gezegden van den grooten socrates gevoegd te hebben, gezegden, zoo fchoon, dat zij in den mond van den vroomften Christen pasfen zouden , zegt:

1 nephalius. Er was waarlijk eene vervvonderenswaardige gezindheid van hart in hem, daar hij christus en de heilige.Bladeren nimmer gekend heeft. Daarom wan» neer ik van zoodanige mannen fommige dergelijke gezegden leze, kan ik mij naauwelijks bedwingen om niet te zeggen: heilige socrates , bid voor ons.

chrysoglottus. En ik kan mij zclven dikwijls niet wederhouden om niet het beste te hopen voor de heilige zielen van eenen maro en flaccus.

nephalius. Hoe vele Christenen heb ik niet gezien, die ijskoud en zonder eenig Godsdienftig gevoel fticrven! Sommigen vestigen hun vertrouwen op zulke* dingen, op welke men niet vertrouwen moet: fommigen, om de bewustheid van overtredingen, en om zwarigheden, met welke eenige ongelecrden den ftervenden lastig vallen, blazen bijna wanhopend den adem uit. ^chrysoglottus. Het is niet te verwonderen dat zij op zulk eene wijze fterven, die gedu énde hun geheele leven enkel met plegtigheden zich bezig gehouden hebben.

nephalius. Wat meent gij hiermedv?

Chrysoglottus. Ik zal het zeggen',-na vooraf wel

ern-

Sluiten