is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§84 ODE OP DEN BEROEMDEN PRUISSISCHEN HELD, EN2*

„ Doch eenmaal, door het vuur van lijden ,, Ais goud gelouterd en beproefd, |

„ Stelle ik een' llmtboom aan die tijden, Wier wee te jongden dag bedroeft. Wanneer de Gai zich durft verheffen Ten god, en waant, dat niets hem treffen „ Of uit zijn hoogheid ftorten zal:

„ Wanneer een zee van bloed eu tranen

„ Een' doorgang tot mijn' troon zal banen, „ Genaakt op eens zijn fctaimp en val.

„ Mijn geest fchept dan een teelt van helderts Hun zwaard, met leeuwenkraclu gevoerd, „ Verdelge op eigen grond en velden

„ Dien de aard heeft in mijn' toorn beroerd, „ Dan zie een bluchek 't daglicht gloren, „ Ten dienaar van mijn wraak verkorens

„ Hij zal op de overwinningsbaan, ,, Daar vorst en volk, door hem gewroken, „ Hem 't bloed als in de jeugd doen koken, Als lier van de eerfte grootheid ftaan.''

O Dienaar Gods! gij, die mogt wreken'

Den hoon van vorst en vaderland, Zoolang de menfchentong zal fpreken

Bewaart de'roem, als heilig pand, Uwe onverwelkb're heldendaden. Gefchichtkunst! maal ze op gouden blader*.

De Spree ftremt bij uw komst haar' loop 9 Blijft, juichende, op de lauw'ren ftaren, . Die blucher aan 't heelal verklaren

Als Mederedder van Euroop'\

G. o ut hu ij 9»

ii—C'ti—