is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eduard,

aan de geregtsdienaars, om hem in hechtenis te nemen en hec geld, hetwelk bij vooronderltelde dat ook van hem was, benevens het zilverwerk.. als bewijzen te^en eduard, aan den regter over te geven. . Eduard ging gewillig mede, dewijl hij zich geen kwaad bewust was. Hij werd verhoord, en bekende dn konde of wilde hij niet ontkennen, dat de lepels, enz', tp zijnen koffer waren gevonden, doch betuigde heilig. dat lu, met wist. hoe zij in zijnen koffer waren gekomen; doel. het geld, zeide hij, was zijn wettig gendom * dat hij verdiend had De geruisen ftemden alle overeen, dat alles in zijnen koffer was gevonden, en voegde er de heer winzucht bij: „ Het geld zal hij mij .„■ook wel ontftoien hebben, wam waar komt hij er an„dersaan, hij krijgt btj mij niets dan kost en inwoning Sm Git was zelfs meer dan hij verdienen kon (hier lprak fitf onwaarheid, want eduard .deed alles), doch uit „achting voor zijne ouders, heb ik hem in huis geno„pen* en nu wdrd ik zoo Hecht beloond." Eduard Kan mets tot zijne verfchooning inbrengen, dan alleen, m iuj den hemel tot getuige riep, want het vermiste goed was m zijnen gefloten koiTer gevonden. Hij werd veroordeeld tot eene driejarige hechtenis, dewijl hij het vertrouwen van zijnen heer misbruikt had, en'hij moest in dien tud den kost met zijner handen arbeid verdienen. —- Al de betuigingen van onfchuld baatten niets, het vonnis was geveld, en hij moest zich onderwerpen.

• i Cr , ^Cht van gevangenneming verfpreidde

ficn ichiehjk, en het kwam dus ook fpoedig ter ooren van henriette, doch zij hechtte er geen geloof aap dit eduard geftolen zou hebben; zij werd echter geheel ter neder geflagen, viel in flaauwte, doch kwam weder en zeide tot haren vader: „neen! mijn ebuarq é ,fee£ dief zijn — o God! befcherm zijne on» lchuld! - De heer regthart ftelde alles in het werk, om eduard te bevrijden, doch alles was vruchteloos. Eduard onderwierp zich treurig a?n zijn lot, droeg hetzelve geduldig, en troostte zich met de hoop, dat de onfchuld toch eens zou gered worden. — Zoodra hij sn de gevangenis was, verzocht hij van den ci|>ter, ink, pen en papier, deze, een redelijk man jijnde, gaf hetzelve hem, en hij fchreef het volgend pjeije aan zijn meisje:

,, PIER.-